Gepubliceerd: 07/02/2010 Delen: Categorie: Adviezen

Adviezen aan de uitnodiger – deel 1

Als moslims zijn wij verplicht om de mensheid uit te nodigen naar de enige ware godsdienst. Het onderwerp dat hier besproken zal worden, is dan ook een belangrijk aspect van het geloof. Hoe kan het namelijk zo zijn dat de bezitters van de valsheid hun tijd en geld hebben opgeofferd voor het verspreiden van deze onwaarheden en dat de moslim niemand over zijn geweldige geloof verteld?
Sommigen van de uitnodigers die wel uitnodigen naar de Islam maken vele fouten bij het uitnodigen naar dit geweldige geloof. Daarom is het van belang om ons te verdiepen in de wijze waarop men moet uitnodigen. Dit leidt namelijk tot een beter resultaat.

De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) is zijn oproep naar de Islam in het geheim begonnen, totdat deze oproep gehoor begon te vinden bij de mensen. Hierna beval Allah (de Verhevene) Zijn Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) om de mensen in het openbaar uit te nodigen naar de Islam. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zegt: فَاصْدَعْ بِمَا تُؤْمَرُ “Verkondig daarom (in het openbaar) wat bevolen is.” (al-Hidjr, 94)

De uitnodiger speelt een belangrijke rol, omdat hij of zij als een voorbeeld gezien wordt door vele van de moslims. Het is voor de uitnodiger uitermate belangrijk dat hij zijn broeders en zusters uitnodigt naar de Islam. Echter, we leven in een tijd waarin de uitnodigers helaas alleen met zichzelf bezig zijn, terwijl er onder de moslimgemeenschap mensen zijn die in grote dwaling verkeren.

Allah (de Verhevene) heeft deze moslimgemeenschap verkozen tot de beste gemeenschap. Voorwaarde is echter dat zij het goede bevelen en het slechte verbieden. Allah (de Verhevene) zegt: كُنتُمْ خَيْرَ أُمَّةٍ أُخْرِجَتْ لِلنَّاسِ تَأْمُرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَتَنْهَوْنَ عَنِ الْمُنكَرِ وَتُؤْمِنُونَ بِاللّهِ “Jullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensheid is voortgebracht, (zolang) jullie het goede bevelen en jullie het verwerpelijke verbieden, en jullie in Allah geloven.” (Aal cImraan, 110)
Hij (de Almachtige) zegt ook: وَلْتَكُن مِّنكُمْ أُمَّةٌ يَدْعُونَ إِلَى الْخَيْرِ وَيَأْمُرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ الْمُنكَرِ وَأُوْلَـئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ “En laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede en oproept tot deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die de welslagenden zijn.” (Aal cImraan, 104)

Aboe Sacied (moge Allah met hem behaagd zijn) heeft verhaald dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) gezegd heeft: “Als iemand onder jullie het slechte ziet, moet hij het met zijn hand veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, dan moet hij het met zijn tong veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, moet hij het met zijn hart doen, en dat is het zwakste niveau van het Geloof.”1

Een daaciyah (uitnodiger) moet rekening houden met de volgende zaken:
Een zuivere intentie is een vereiste bij het uitnodigen van de mensen naar de Islam. Het is ook iets waarmee men moet beginnen bij het verrichten van aanbiddingen. Hij moet bij het uitnodigen naar de Islam slechts het aangezicht van Allah (de Verhevene) wensen. Zoals Noeh (vrede zij met hem) zei: وَمَا أَسْأَلُكُمْ عَلَيْهِ مِنْ أَجْرٍ إِنْ أَجْرِيَ إِلَّا عَلَى رَبِّ الْعَالَمِينَ “Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij Allah de Heer der Werelden.” (Ashucaraa’, 109)

De uitnodiger moet een duidelijk doel voor ogen hebben. En dat is de groei en de juiste weg van de godsdienst. Hieronder valt het goede bevelen en het slechte verwerpen en de harten van de mensen nader tot elkaar te brengen. Zoals Shucayb (vrede zij met hem) tegen zijn volk zei: إِنْ أُرِيدُ إِلاَّ الإِصْلاَحَ مَا اسْتَطَعْتُ وَمَا تَوْفِيقِي إِلاَّ بِاللّهِ عَلَيْهِ تَوَكَّلْتُ وَإِلَيْهِ أُنِيبُ “Ik wens slechts verbetering volgens mijn vermogen, en er is voor mij geen Goddelijke overeenstemming dan bij Allah. Op Hem heb ik mijn vertrouwen gesteld en tot Hem keer ik terug.” (Hoed, 88)

De uitnodiger moet de juiste en nuttige kennis opdoen betreffende de woorden van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) en de woorden van Zijn Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem), zodat hij de mensen op een juiste manier naar het rechte pad kan uitnodigen. Door deze kennis kan hij zijn uitspraken meer kracht geven aan de hand van bewijzen uit de Koran en Sunnah. Allah (de Verhevene) zegt: قُلْ هَـذِهِ سَبِيلِي أَدْعُو إِلَى اللّهِ عَلَى بَصِيرَةٍ أَنَاْ وَمَنِ اتَّبَعَنِي وَسُبْحَانَ اللّهِ وَمَا أَنَاْ مِنَ الْمُشْرِكِينَ “Zeg: Dit is mijn Weg (godsdienst), ik en degenen die mij volgen, roepen op tot Allah op grond van een duidelijk bewijs.2 Heilig is Allah, en ik behoor niet tot de veelgodenaanbidders.” (Yoesuf, 108)
Als men kennis op wil doen dan moet men zorgvuldig omgaan met zijn tijd. De uitnodiger dient zijn tijd te vullen met het bestuderen van de juiste boeken en dient dit met de juiste personen te doen.

De uitnodiger moet weten dat het maken van een fout tot de menselijke aard behoort en dat hij en de rest van de mensen, in tegenstelling tot hun Schepper, niet volmaakt zijn. Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde, is perfect en niemand is aan Hem gelijk.

Het is niet gepast dat de uitnodiger zich boos maakt wanneer hij te maken krijgt met een lastige persoon. De uitnodiger moet deze lastige persoon beschouwen als iemand die berouw zal tonen en hem rekenen tot de gemeenschap van Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). De uitnodiger moet absoluut niet wanhopen of de moed opgeven wanneer hij de mensen fouten ziet maken en zondigen. De uitnodiger dient echter tijdens zijn gebed om leiding te vragen voor deze mensen. De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft dertien jaar lang in Mekka naar het aanbidden van Allah (de Verhevene) uitgenodigd. Hier moet de uitnodiger een voorbeeld aan nemen en hij moet geduldig omgaan met de bespottingen en andere zaken die zich ongetwijfeld zullen voordoen wanneer hij de weg van de profeten bewandelt.

De uitnodiger moet niet wanhopen aan de Barmhartigheid van Allah (de Barmhartige). Hij dient de mensen erop te wijzen dat de poorten van berouw altijd open staan en dat hun Heer Barmhartig is. Hij (Allah) zegt: قُلْ يَا عِبَادِيَ الَّذِينَ أَسْرَفُوا عَلَى أَنفُسِهِمْ لَا تَقْنَطُوا مِن رَّحْمَةِ اللَّهِ إِنَّ اللَّهَ يَغْفِرُ الذُّنُوبَ جَمِيعًا إِنَّهُ هُوَ الْغَفُورُ الرَّحِيمُ “Zeg: ‘O Mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoopt niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Voorwaar, Hij is de Vergevensgezinde de Meest Barmhartige.’” (Azzumar, 53)

  1. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim, imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah en imaam Ahmad en is sahieh verklaard door imaam Muslim en imaam al-Albaanie.
  2. Mujaahid – &eacuteén van onze vrome voorgangers die een geleerde is in de uitleg van de Koran, die de uitleg van de Koran grotendeels heeft overgenomen van Ibnu cAbbaas (moge Allah met hen beide behaagd zijn) – zei over het duidelijke bewijs dat hiermee kennis wordt bedoeld. Anderen zeiden dat hiermee wijsheid wordt bedoeld en weer anderen zeiden dat hiermee het alleen aanbidden van Allah (de Verhevene) wordt bedoeld.