De uitnodiger moet in al zijn zaken proberen geduld op te brengen. Het uitnodigen van de mensen naar de Islam vereist geduld. Het kan zijn dat mensen geen gehoor zullen geven aan zijn oproep of dat zij hem zelfs zullen uitlachen of uitschelden. De uitnodiger moet in dit geval verstandig zijn en een voorbeeld nemen aan onze geliefde Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Zo bleef een persoon die alcohol dronk telkens terugkomen bij de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zonder dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) hem wegstuurde.
Wanneer de uitnodiger te maken krijgt met een lastig persoon dient hij te voorkomen dat hij boos wordt. Boosheid kan namelijk tot ernstige gevolgen leiden. De uitnodiger moet de persoon de kans geven om zijn verhaal te doen en hij zal aandachtig naar hem moeten luisteren. Tevens hoort hij hem tijdens het houden van zijn verhaal niet te onderbreken.
Een belangrijke eigenschap die de uitnodiger moet bezitten is dat hij een persoon niet in het openbaar op zijn fouten wijst. Bovendien moet hij geen namen noemen bij het corrigeren van fouten. De uitnodiger kan een voorbeeld nemen aan de beste der mensen (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) die altijd zei: “Wat is er toch met bepaalde volkeren; zij verrichten dit en dat (…).”(Sahieh Al-Bukhaarie en Muslim)
De uitnodiger moet zichzelf niet bij de mensen prijzen. Hij dient te weten dat hij niet volmaakt is en hij dient Allah (de Verhevene) dankbaar te zijn dat Hij hem naar het rechte pad heeft geleid. Dit is een geweldige gunst van de Schepper van de hemelen en de aarde. Allah (de Verhevene) zegt namelijk tegen Zijn Boodschapper:وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ مَا زَكَا مِنكُم مِّنْ أَحَدٍ أَبَدًا“En als de gunst van Allah er voor jullie niet geweest was en Zijn Barmhartigheid, dan zou niet één van jullie zich ooit reinigen.” (Annoer, 21)
En Hij zei tegen Zijn Boodschapper (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) toen hij de boodschap voltooid had:فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَاسْتَغْفِرْهُ إِنَّهُ كَانَ تَوَّابًا“Prijs dan de Glorie van jouw Heer en vraag Hem om vergeving. Voorwaar, Hij is Berouwaanvaardend.” (Annasr, 2)
De uitnodiger moet dus niet tegen de mensen gaan zeggen: “Ik beveel jullie altijd om dit niet te doen, maar jullie luisteren niet en ik beveel jullie altijd om het goede te verrichten, maar jullie blijven doorgaan met het zondigen enzovoort.” Hierdoor lijkt het alsof de uitnodiger onschuldig is en dat hij zich niet schuldig maakt aan het maken van fouten. Echter, wanneer hij de mensen toespreekt, moet hij in de meerderheid spreken door bijvoorbeeld te zeggen: “Wat is er toch met ons aan de hand?”‘
De uitnodiger moet niet raar opkijken wanneer hij merkt dat degenen die ongehoorzaam zijn jegens hun Heer in de meerderheid zijn. Hij ziet namelijk dat duizenden zich richten op spel en vermaak en slechts een enkeling richt zich op het volgen van lessen en lezingen. Het antwoord voor de uitnodiger is:سُنَّةَ اللَّهِ فِي الَّذِينَ خَلَوْا مِن قَبْلُ وَلَن تَجِدَ لِسُنَّةِ اللَّهِ تَبْدِيلًا“Als de handelwijze van Allah met de voorafgaanden. En jij zult in de handelwijze van Allah nooit een verandering aantreffen.” (Al Ahzaab, 62)
Allah (de Verhevene) zegt in Zijn Boek dat de verderfzaaiers, ondankbaren en zondaren in de meerderheid zijn. Hij (Geprezen en Verheven zij Hij) zegt namelijk (interpretatie van de betekenis): “Maar weinigen van Mijn dienaren zijn dankbaren.” (Sabaa’, 13). En Hij zegt ook (interpretatie van de betekenis): “En als jij de meeste van hen die op aarde zijn volgt, dan zullen zij jou doen afdwalen van de Weg van Allah.” (Al Ancaam, 116)
De uitnodiger moet over enige kennis beschikken over het land waarin hij leeft. Hij dient kennis te hebben over de samenleving, cultuur en geschiedenis. Wanneer hij kennis heeft van deze zaken kan de uitnodiger rekening houden met hetgeen zich in de gedachten van de mensen afspeelt.
Veel van de uitnodigers maken een fout door de ernst van een zonde te vergroten wanneer zij hierover praten. Zij maken de straf van de zonde groter dan dat Allah (de Verhevene) heeft bepaald. De uitnodiger zegt bijvoorbeeld tegen degenen die roken: “O dienaar van Allah, weet jij niet dat degene die rookt het paradijs niet zal binnentreden, de geur ervan niet zal ruiken en dat zijn eindbestemming het eeuwige hellevuur is?” Dit is een fout van de uitnodiger. Het is goed wanneer de uitnodiger het zondigen van de mensen niet vergemakkelijkt, maar hij moet zaken niet gaan vergroten. Er zijn namelijk grote zonden en kleine zonden. De uitnodiger moet van een kleine zonde geen grote maken en van een grote geen kleine!
De uitnodiger moet zijn bewijzen niet baseren op overleveringen die zwak zijn. Dit vanwege het feit dat sommige zwakke overleveringen veel schade aan de moslimgemeenschap kunnen toebrengen. Een uitnodiger mag de mensen natuurlijk wel wijzen op de zwakke overleveringen tijdens zijn lessen, lezingen of vrijdagpreken, zodat de mensen hiervan op de hoogte zullen zijn.
De uitnodiger dient niet in naam van organisaties, stichtingen of zijn gemeenschap uit te nodigen. Echter, hij moet de juiste methodologie verkondigen en de verkeerde duidelijk maken. Wanneer hij namens zijn gemeenschap, stichting of organisatie spreekt, zullen vele van de mensen afstand van hem nemen en geen gehoor aan hem geven. Imaam ibnu-l-Qayyim heeft gezegd in Zaadu-l-Macaad: “Vermijd drie woorden: ik, van mij en aan mij.
- Want Iblies zei (interpretatie van de betekenis): ‘Ik ben beter dan hij. U heeft mij uit vuur geschapen, terwijl U hem uit aarde heeft geschapen.’ (Saad, 76).
- En Fircaun zei (interpretatie van de betekenis): ‘Is het koninkrijk van Misr (Egypte) niet van mij?’ (Az-Zukhruf, 51)
- En Qaaroen zei (interpretatie van de betekenis): ‘Voorwaar, dat wat aan mij gegeven is, berust op kennis die ik bezit.’ (Al Qasas, 78)”
Het is dus voor de daaciyah een noodzaak dat hij altijd nederig is, met de mensen overlegt en weet dat er personen onder de mensen zijn die meer kennis dan hem hebben, beter bespraakt zijn en vromer dan hem zijn.
De uitnodiger moet belangrijke zaken niet voor de mensen gaan vergemakkelijken, zoals de tawheed en het gebed. En hij moet andere zaken niet meer aandacht schenken als hij niet met de belangrijke zaken begonnen is.
