Gepubliceerd: 24/04/2010 Delen: Categorie: Adviezen

Liefde omwille van Allah

Alle lof zij Allah, en gebeden en vrede zij met de Boodschapper van Allah en zijn familie, metgezellen en degenen die hem bijstonden.

Wanneer we het hebben over liefde omwille van Allah dan bedoelen we dat men slechts omwille van Allah van iemand houdt en niet omwille van een andere zaak. Dit onderwerp is een zeer belangrijk onderwerp dat helaas weinig besproken wordt en velen zijn dan ook onwetend over het belang van deze zaak.

De positie van het liefhebben in het geloof

Zwakheid, verlies en tegenspoed hebben ons overweldigd omdat mensen de liefde omwille van Allah in de steek gelaten hebben. Er is sprake van verdeeldheid, wanorde en zelfzuchtigheid omdat mensen de liefde omwille van Allah in de steek gelaten hebben.

De meest lichte vorm van aanbidding voor het hart en het lichaam is het liefhebben omwille van Allah. De smaak van de liefde omwille van Allah is zoet en smeuïg. Degene die het eenmaal geproefd heeft, zal een geweldige gemoedsrust voelen. De tevredenheid, gelukkigheid en rust zullen zijn hart vullen. Dit allen omdat hij liefheeft omwille van Allah, de Almachtige en de Verhevene.

Als men werkelijk de zoetheid van het Geloof wenst te proeven, dient men lief te hebben omwille van Allah. Zo zegt onze geliefde Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Drie (zaken), als zij zich in iemand van jullie bevinden, dan proeft hij de smaak van het Geloof: dat hij van Allah en Zijn Profeet meer dan van de rest houdt, en dat hij van een persoon houdt, hij houdt van hem slechts omwille van Allah, en dat hij het verafschuwt om terug te keren naar het ongeloof net zoals hij het verafschuwt om in het Vuur te worden geworpen.” (Al-Bukhaarie)

Het eerste wat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) in de overlevering noemt, is het houden van Allah en Zijn Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Deze liefde dient ook op de eerste plaats te komen. En het liefhebben van Allah is het allerbelangrijkste en dit is de ware liefde. Een vraag die wij aan onszelf moeten stellen is: “Houden wij van Allah en waarom houden wij van Allah?”

Als de liefde voor Allah correct is, zal ook de liefde die daarop volgt voor anderen correct zijn. Wanneer echter de liefde voor Allah niet correct is, dan is de liefde die daarop volgt ook niet correct. En velen beweren Allah lief te hebben, maar zolang deze beweringen niet berusten op bewijzen dan blijven het slechts beweringen. Vandaar dat Hassan Al-Basrie (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Sommige mensen hebben beweerd van Allah te houden, waarop Hij hen beproefd heeft met het volgende vers: قُلْ إِن كُنتُمْ تُحِبُّونَ اللّهَ فَاتَّبِعُونِي يُحْبِبْكُمُ اللّهُ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ وَاللّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ ‘Zeg (O Mohammed): Als jullie van Allah houden, volg mij dan: Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.’” (Aal-cImraan, 31)

Als jij daadwerkelijk van Allah houdt, dien jij dus in de voetsporen van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) te treden. Tevens dienen wij de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) dus lief te hebben, meer dan de liefde voor onze bezittingen, kinderen en ouders, want pas dan is ons Geloof juist en vervolmaakt.

Liefde behoort tot de menselijke aard en tot de daden van het hart. Het heeft een hoge positie binnen de Islam en vandaar dat de Islam het heeft verfijnd. De liefde die men toont, dient omwille van Allah te zijn. Een gelovige houdt van hetgeen waar Allah van houdt en verafschuwt datgene wat Allah verafschuwt. Zijn liefde is dus omwille van Hem. Onze liefde voor de anderen is een volmaking van onze liefde voor Allah. De liefde voor Allah is het sterkst bij degenen die geloven. وَالَّذِينَ آمَنُواْ أَشَدُّ حُبّاً لِّلّهِ “Maar degenen die geloven zijn sterker in liefde voor Allah.” (Al-Baqarah, 165)

Het liefhebben van Allah is de basis en hoe meer jij van Allah houdt, des te meer jij gaat houden van de mensen die zich aan de voorschriften van Allah houden.

Het is de liefde voor Allah die ervoor gezorgd heeft dat Moesa (vrede zij met hem) na dertig dagen vasten zijn volk achterliet en zich haastte naar de ontmoeting met Allah, waarop Allah hem dit kwalijk nam en zei: وَمَا أَعْجَلَكَ عَن قَوْمِكَ يَا مُوسَى “En wat heeft jou je van je volk doen weghaasten, o Moesa?” (Taahaa, 83)
Vervolgens zei Moesa (vrede zij met hem): وَعَجِلْتُ إِلَيْكَ رَبِّ لِتَرْضَى “Ik haastte mij naar U, o mijn Heer, om door U behaagd te worden.”

Het is de liefde voor Allah die ervoor gezorgd heeft dat Yoesuf (vrede zij met hem) afstand nam van het begaan van overspel toen de beeldschone vrouw hem probeerde te verleiden. Het is de liefde voor Allah die ervoor gezorgd heeft dat Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) de ontmoeting met zijn Heer verkoos boven het eeuwige leven in het wereldse.

Het is een geweldige aanbidding die een aanleiding kan zijn voor het binnentreden van het Paradijs. Laten we het weer tot leven brengen in de hoop dat we de zoetheid en de smaak van het Geloof zullen proeven. In de hoop dat onze gezichten zullen stralen, onze borst wordt verruimd en onze harten zullen bloeien. Laten we stilstaan bij de liefde omwille van Allah, omdat we behoeftig zijn naar de liefde omwille van Allah.

Liefde omwille van Allah behoort tot de meest geweldige daden van het hart en is niet met geld te kopen. Zo begunstigt Allah degenen die omwille van Allah van elkaar houden door hun harten nader tot elkaar te brengen. Hij zegt namelijk: وَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ لَوْ أَنفَقْتَ مَا فِي الأَرْضِ جَمِيعاً مَّا أَلَّفَتْ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ وَلَـكِنَّ اللّهَ أَلَّفَ بَيْنَهُمْ إِنَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ “En Hij bracht hun harten tot elkaar. En al had jij alles wat er op aarde is besteed, dan zou jij hun harten niet tot elkaar hebben kunnen brengen, maar Allah heeft hen tot elkaar gebracht. Voorwaar, Hij is Almachtig, Alwijs.” (Al-Anfaal, 63)

Je zult pas een geliefde van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zijn en de smaak van het Geloof proeven als je omwille van Allah houdt. De liefde tussen echtgenoot en echtgenote, moeder en zoon, broer en zus dient omwille van Allah te zijn. Deze liefde spoort de persoon aan tot goed gedrag en juistheid. Het is deze liefde die leidt tot welslagen, kalmte en eenheid.

Een gelovige dient te waken over het houden omwille van Allah. Als dit namelijk uit de harten verdwijnt en de liefde slechts om een wereldse zaak of eigenbelang is, dan zal dit leiden tot verdeeldheid, ruzies en scheidingen. Als de liefde omwille van Allah verlaten wordt, zullen we een prooi voor anderen zijn en zal dit leiden tot zwakheid en zelfzuchtigheid.

Het is de liefde omwille van Allah die een glimlach op het gezicht van een gelovige tovert waardoor hij zijn zorgen, verdriet en pijn vergeet. Het is de liefde omwille van Allah die leidt tot het welbehagen van Allah; de Heer van de hemelen en de aarde, de Barmhartige en Genadevolle. Het is de liefde omwille van Allah die leidt tot het liefhebben van Allah.

Het is hoog tijd dat haat, wrok, jaloezie en andere slechte gedragsmanieren onze harten verlaten en vervangen worden door godsvrucht en liefde. Het is tijd om onze liefdevolle licht te laten schijnen over onze broeders en zusters, opdat zij dit geloof zullen liefhebben. Zie jij dan niet dat vele broeders en zusters het geloof de rug toekeren door hetgeen zij aan geschil, conflicten en onenigheid vinden tussen de moslims. Zij raken verward wanneer zij lezen over de ware liefde zoals deze te vinden was onder de metgezellen en wanneer zij kijken naar de mensen vandaag de dag.

Gunsten van het liefhebben omwille van Allah

In Sahieh Muslim staat vermeld dat een man één van zijn broeders in een ander dorp ging bezoeken. Vervolgens stuurde Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) een engel naar deze man. Deze vroeg hem vervolgens: “Waar ga jij naartoe?” Waarop de man zei: “Naar een broeder van mij in dit dorp.” De engel vroeg hem vervolgens: “Heb jij hem een gunst verleend waar je nu naar verlangt?” De man zei: “Nee, ik zoek hem slechts op omdat ik omwille van Allah van hem hou.” De engel zei tegen hem: “Ik ben een boodschapper van Allah die naar jou gezonden is om je mee te delen dat Allah van jou houdt zoals jij van je broeder houdt.”

خِلَّاء يَوْمَئِذٍ بَعْضُهُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ إِلَّا الْمُتَّقِينَ يَا عِبَادِ لَا خَوْفٌ عَلَيْكُمُ الْيَوْمَ وَلَا أَنتُمْ تَحْزَنُونَ “De boezemvrienden zullen op die Dag (de Dag des Oordeels) elkaars vijanden zijn, behalve de godsvruchtigen. O Mijn dienaren, op die Dag zal er geen vrees zoor jullie zijn en zullen jullie niet treuren.” (Azzukhruf, 67)
Ibn Kathier (moge Allah genadig met hem zijn) zegt bij de uitleg van dit vers: “Oftewel; elke vriendschap dat niet omwille van Allah is, zal op de Dag des Oordeels veranderen in vijandschap, behalve degenen die omwille van Allah van elkaar hielden (Geprezen en Verheven zij Hij). Dit is een blijvende eeuwige liefde.”

Na de slag van Uhud beval de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) om degenen die omgekomen waren te begraven. Daarna zei hij: “Kijkt naar cAmr Ibn Al-Djamoeh en cAbdoellah Ibn Haraam. Want zij waren geliefden van elkaar in dit wereldse dus plaatst hen in één graf.” (Ahmad, Ibn Sacd en vermeld door Ibn Hajar in Al-Fath)

De liefde omwille van Allah zou ervoor moeten zorgen dat de moslims wat betreft de liefde, genade en mededogen als één lichaam zijn. Wanneer een deel ervan lijdt (aan ziekte), dan lijdt het gehele lichaam mee in de vorm van slapeloosheid en koorts. وَالْمُؤْمِنُونَ وَالْمُؤْمِنَاتُ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَاء بَعْضٍ “En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars helpers.” (Attawbah, 71)
Imaam al-Qurtubie zegt bij dit vers: “Hun harten zijn één wat betreft de genegenheid, liefde en mededogen.”

In een overlevering die authentiek is verklaard door onze nobele imaam Al-Albaanie: “Er zijn onder de dienaren van Allah mensen die geen profeten en geen martelaars zijn, waarop de profeten en de martelaars op de Dag van de Opstanding jaloers zullen worden vanwege hun plaats bij Allah.” Zij zeiden: “O Boodschapper van Allah, kun je ons vertellen wie zij zijn?” Hij zei: “Het zijn volkeren die omwille van Allah van elkaar houden zonder dat zij familieleden van elkaar zijn en zonder geld dat zij aan elkaar geven. Bij Allah, hun gezichten stralen en zij bevinden zich op stralend licht. Zij zullen niet vrezen wanneer de mensen vrezen en niet treuren wanneer de mensen treuren” en toen las hij het vers op: أَلا إِنَّ أَوْلِيَاء اللّهِ لاَ خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلاَ هُمْ يَحْزَنُونَ “Weet; voorwaar, er zal geen vrees over de geliefden van Allah komen en zij zullen niet treuren.” (Yoenus, 62) (Overgeleverd door Imaam Aboe Daawoed en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie)
Zij zullen geen vrees kennen in het wereldse en hoeven niet te treuren over hetgeen zij achterlaten en hoeven ook niet te treuren over het Hiernamaals. Dit omdat zij van elkaar houden omwille van Allah.

Op een Dag dat het bloedheet zal zijn en er geen schaduw zal zijn dan die van Allah worden degenen die van elkaar houden omwille van Allah veilig ondergebracht onder de schaduw van hun Heer.
De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Allah, de Verhevene, zal op Dag der Opstanding zeggen: ‘Waar zijn degenen die van elkaar omwille van Mijn Excellentie hielden. Vandaag zal Ik hen overschaduwen met Mijn schaduw, de dag waarop er geen schaduw is, behalve Mijn schaduw.’” (Overgeleverd door Muslim)

Het in praktijk brengen van het liefhebben

De liefde omwille van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) moet ons beste broeders en zusters aansporen tot een goede gedragscode. Het dient ons aan te sporen tot barmhartigheid, vergevensgezindheid en goedertierenheid.
Zo verkortte de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zijn gebed als hij de kinderen hoorde huilen. Ons is ook bekend hoe Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) beschermde gedurende zijn leven. En wij zijn ook bekend met de metgezellen die vasthielden aan het verrichten van goede daden en de slechte vermeden. Dit allemaal omdat hun intentie zuiver was en omdat zij van deze daden hielden omwille van Allah.

Ibn Al-Qayyim zegt dat toen één van de geleerden die Imaam Ibn Taymiyyah altijd pleegde tegen te werken stierf hij (Ibn Al-Qayyim) naar Ibn Taymiyyah ging en hem hiermee verheugde, waarop Ibn Taymiyyah rood werd en in tranen uitbarstte en tegen hem zei: “Verheug jij mij met de dood van een moslim?!” En Ibn Taymiyyah stond op waarop zij hem achterna liepen. En Ibn Taymiyyah ging naar de familie van de overleden persoon en verrichte smeekbeden voor de overledene en stelde hen gerust. Vervolgens begonnen zij allen te huilen en werden geraakt door deze situatie.
Zij keken naar de beloning die hen te wachten stond en wensten het aangezicht van Allah en keken niet om naar hun eigenbelang en wereldse zaken.

Als je van iemand omwille van Allah houdt, zou het mooi zijn als je hem hiervan op de hoogte brengt. Vandaag de dag zien we dit zelden gebeuren, alsof het zwaar is voor de tong. Het zijn slechts een aantal woorden die een persoon oprecht uit zijn hart dient te verkondigen.
Vandaar dat toen een persoon een man voorbij zag lopen hij tegen de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: “Bij Allah, ik hou van deze man!” Toen zei de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Heb je hem hiervan op de hoogte gebracht?” De man zei: “Nee.” Toen zei de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Ga en breng hem op de hoogte.”
En zo nam de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) Mucaadh ibn Djabal bij de hand en zei tegen hem: “O Mucaadh, bij Allah, ik houd van jou!”

Een zaak die minacht wordt, is het groeten van elkaar. Dit leidt namelijk wel degelijk tot de liefde van Allah. De Profeet (vrede zij met hem) zegt namelijk: “Jullie zullen het Paradijs niet binnentreden totdat jullie geloven en jullie zullen niet geloven totdat jullie elkaar liefhebben. Zal ik jullie op iets wijzen waardoor het verrichten ervan, jullie elkaar zal doen liefhebben? Begroet elkaar zo vaak mogelijk met de salaamgroet.” (Muslim)

Eenieder van ons dient ook naar zijn vriendenkring te kijken. Een persoon die zich namelijk omringt met vromen en rechtschapenen en hen liefheeft zal ook insha Allah met hen zijn. Echter iemand die zich omringt met verdorven en schaamteloze mensen zal ook – moge Allah ons behoeden – met hen zijn.

Liefde omwille van Allah dient zich ook te uiten in daden. Men dient zijn broeders en zusters bij te staan, te helpen en te adviseren. Degene die de moeilijkheden van zijn broeders en zusters verhelpt, Allah zal één van zijn moeilijkheden verhelpen op de Dag der Opstanding. Degene die een ongemak vergemakkelijkt, Allah zal in dit wereldse leven en in het Hiernamaals zijn ongemak vergemakkelijken.

Een glimlach in het gezicht van je broeder wordt als liefdadigheid gezien. Waarom dan het gefrons van de wenkbrauwen en het tonen van woede jegens je broeders of zusters? De liefde omwille van Allah voor je broeder of zusters dient niet alleen bij woorden te blijven, maar dient ook in praktijk gebracht te worden.

Er wordt gezegd dat cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) na salaat Al-Fadjr miste. Op een dag liep cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) achter Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) aan om te kijken waar hij naartoe ging. Hij zag dat Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) een tent binnenging en daar een tijdje verbleef en vervolgens weer wegging. Toen Aboe Bakr vertrokken was, ging cUmar de tent naar binnen en trof daar een oude vrouw met kinderen aan en hij vroeg haar wie zij was. Zij zei: “Ik ben een oude en blinde vrouw en onze vader is al jaren geleden gestorven.” Toen vroeg hij haar: “En wie is deze man die hier bij jullie langskomt?” Zij zei: “Ik ken hem niet.” Vervolgens zei cUmar: “Wat doet hij hier?” Zij zei: “Hij komt hier en onderhoudt het huis, zorgt voor de kleintjes en maakt het eten en dan vertrekt hij weer.” Vervolgens sloeg cUmar met zijn hand op zijn hoofd en zei: “O Aboe Bakr, je hebt het de volgelingen na jou moeilijk gemaakt.”

En wanneer cUmar op de minbar stond en zijn buik hoorde rammelen van de honger, sprak hij zijn buik toe en zei hij: “Rammel of rammel niet, bij Allah je zult pas te eten krijgen als de kinderen onder de moslims te eten hebben gekregen.”

De liefde omwille van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) bleef niet bij woorden, maar zij stonden klaar voor elkaar. En dit in makkelijke en moeilijke tijden.

Een lezing van Aboe Tariq