Alle lof zij Allah.
Weet dat is overgeleverd van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) dat hij heeft gezegd: عَجَبًا لأَمْرِ الْمُؤْمِنِ إِنَّ أَمْرَهُ كُلَّهُ خَيْرٌ ، وَلَيْسَ ذَاكَ لأَحَدٍ إِلا لِلْمُؤْمِنِ ، إِنْ أَصَابَتْهُ سَرَّاءُ شَكَرَ فَكَانَ خَيْرًا لَهُ ، وَإِنْ أَصَابَتْهُ ضَرَّاءُ صَبَرَ فَكَانَ خَيْرًا لَهُ “Verwonderlijk is de toestand van de gelovige. Zijn toestand is altijd goed, en dit is op niemand van toepassing, behalve op de gelovige. Wanneer hem iets goeds treft, is hij dankbaar en dat is goed voor hem. En wanneer hem iets slechts treft, is hij geduldig en dat is goed voor hem.” (Sahieh Muslim)
Deze overlevering geeft aan dat alle zaken van de gelovige goed zijn, want hij wisselt af tussen dankbaarheid en geduld en er is in beide een beloning.
Ook dien je te weten dat de besten en meest begunstigden onder de mensen, namelijk de boodschappers van Allah, werden belasterd door hun vijanden. Allah (de Verhevene) zegt: كَذَلِكَ مَا أَتَى الَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُوا سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ “Zo kwamen er tot degenen voor hen geen Boodschapper of zij zeiden: ‘(Hij is) een tovenaar of een bezetene.’” (Adhaariyaat, 52)
Zelfs onze Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) werd belasterd door zijn vijanden en beschuldigd van tovenarij en krankzinnigheid. Het ging zelfs zo ver dat hij in zijn eer werd aangetast door de hypocrieten, maar ondanks dit was hij geduldig, rekende hij op een beloning (in het Hiernamaals) en liet hij de zaak aan Allah (de Verhevene). وَمَن يَتَّقِ اللَّهَ يَجْعَل لَّهُ مَخْرَجاً وَيَرْزُقْهُ مِنْ حَيْثُ لَا يَحْتَسِبُ وَمَن يَتَوَكَّلْ عَلَى اللَّهِ فَهُوَ حَسْبُهُ إِنَّ اللَّهَ بَالِغُ أَمْرِهِ “En wie Allah vreest, die zal Hij een uitweg geven. En Hij voorziet hem van vanwaar hij het niet verwacht, en (voor) wie op Allah vertrouwt, is Hij voldoende. Voorwaar, Allah voert Zijn zaak uit.” (Attalaaq, 2-3)
Je dient dus geduld te hebben en te rekenen op de beloning (bij Allah) en weet dat dit één van de wijzen is waarbij Allah jouw zonden kwijtscheldt.
Je hebt het recht jezelf te verdedigen en je onschuld te bewijzen van hetgeen jij beschuldigd wordt en om degenen die jou daarvan beschuldigen te loochenen. Dit wordt niet gerekend tot roddel dat verboden is. Allah (de Verhevene) zegt: لاَّ يُحِبُّ اللّهُ الْجَهْرَ بِالسُّوَءِ مِنَ الْقَوْلِ إِلاَّ مَن ظُلِمَ “Allah houdt er niet van dat er openlijk slechte woorden worden gesproken, behalve door wie onrecht is aangedaan.” (Annisaa’, 148)
Wanneer je degene die jou heeft beschuldigd hiermee kan confronteren, hem kan adviseren, vermanen en angst jegens Allah opdraagt, dan is dat goed. Wellicht zal hij hetgeen hij deed, opgeven en zal dat een aanleiding zijn voor zijn berouw en het volgen van het rechte pad. Of je kan een verstandige persoon sturen om dit te doen.
Je dient de plaatsen te vermijden die tot achterdocht en twijfels kunnen leiden, want diegene kan ze als middel gebruiken om zijn beschuldigingen te bevestigen. Je dient je vast te klampen aan geduld en volhardend in het smeken van Allah te zijn, en Allah (de Verhevene) zal datgene wat je is overkomen voor je verzachten.
En Allah weet het beste.
