Vraag 15: Wat is het verschil tussen Tawhied ar-Ruboebiyyah en Tawhied al-Ilaahiyyah?
Antwoord: Tawhiedu-rruboebiyyah: De verrichtingen van de Heer, zoals: het scheppen, het voorzien, het doen leven en sterven, het doen neerdalen van regen, het voortbrengen van planten en het regelen van de zaken.
Tawhiedu-l-ilaahiyyah: De verrichtingen van de dienaar, zoals: het smeken, angst, hoop, vertrouwen, terugkeer, verlangen, ontzag, afleggen van een eed, zoeken van verlossing en andere soorten van aanbidding.
Vraag 16: Welke soorten van aanbiddingen zijn alleen toegestaan voor Allah?
Antwoord: Tot deze soorten behoort de smeekbede, het zoeken van hulp, het zoeken van verlossing, het offeren van een offerdier, het afleggen van een eed, angst, hoop, vertrouwen, terugkeer, liefde, vrees, verlangen, ontzag, vereren, buigen, knielen, angst hebben, onderwerping en het verheerlijken wat behoort tot de kenmerken van Al-Uloehiyyah.
Vraag 17: Wat is de meest belangrijke zaak die Allah bevolen heeft? En het meest belangrijke verbod dat Allah verboden heeft?
Antwoord: De meest belangrijke zaak die Allah bevolen heeft, is dat men Hem één maakt wat betreft de aanbidding. En het meest belangrijke verbod dat Allah verboden heeft, is dat er deelgenoten aan Hem worden toegekend. En dat is dat er naast Allah iemand anders aangeroepen wordt, of dat diegene wordt beoogd met één van de andere soorten van aanbidding.
Wie dus één van de soorten van aanbidding richt naar iemand anders dan Allah, die heeft diegene tot heer en aanbedene genomen en hij heeft een deelgenoot aan Allah toegekend. En (ook wanneer hij) diegene beoogt met andere soorten aanbiddingen.
Vraag 18: Wat zijn de drie zaken die verplicht zijn om te leren en ernaar te handelen?
Antwoord: Ten eerste: Dat Allah ons heeft geschapen en heeft voorzien en Hij heeft ons niet verwaarloosd gelaten. Integendeel, Hij heeft een Boodschapper naar ons gestuurd. Degene die hem gehoorzaamt, treedt het Paradijs binnen en degene die hem ongehoorzaam is, treedt het Hellevuur binnen.
Ten tweede: Dat Allah er niet van houdt dat er deelgenoten in Zijn aanbidding genomen worden. Geen nabije engel, noch een gezonden profeet.
Ten derde: Wie de Boodschapper gehoorzaamt en alleen Allah aanbidt, mag niet loyaal zijn aan degenen die Allah en Zijn Boodschapper bestrijden, ook al behoort diegene tot de meest naasten.
Vraag 19: Wat betekent ‘Allah’?
Antwoord: Dat betekent de Ware God en Aanbedene voor al Zijn schepselen.
Vraag 20: Voor welke zaak heeft Allah jou geschapen?
Antwoord: Om Hem te aanbidden.
Vraag 21: Wat houdt Zijn aanbidding in?
Antwoord: Hem één maken1 en gehoorzamen.
Vraag 22: Wat is het bewijs hiervoor?
Antwoord: De woorden van Allah (Verheven zij Hij): وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْإِنسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ “En Ik heb de djinn en de mens slechts geschapen om Mij te aanbidden.” (Adhaariyyaat, 56)
Vraag 23: Wat is het eerste dat Allah ons bevolen heeft?
Antwoord: Het verwerpen van de Taaghoet2 en het geloven in Allah. En het bewijs hiervoor zijn Zijn woorden (Verheven zij Hij): لاَ إِكْرَاهَ فِي الدِّينِ قَد تَّبَيَّنَ الرُّشْدُ مِنَ الْغَيِّ فَمَنْ يَكْفُرْ بِالطَّاغُوتِ وَيُؤْمِن بِاللّهِ فَقَدِ اسْتَمْسَكَ بِالْعُرْوَةِ الْوُثْقَىَ لاَ انفِصَامَ لَهَا وَاللّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ “Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling, en hij die de Taaghoet verwerpt en in Allah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend.” (Al-Baqarah, 256)
Vraag 24: Wat is het stevigste houvast?
Antwoord: (Dat is) “Laa ilaaha illa-llah.”3 “Laa ilaaha” is een ontkenning en “illa-llah” is een bevestiging.
Vraag 25: Wat betekent de ontkenning en de bevestiging hier?
Antwoord: Een ontkenning voor alles wat buiten Allah aanbeden wordt. En een bevestiging voor de aanbidding van Allah alleen, zonder een deelgenoot aan Hem (toe te kennen).
Vraag 26: Wat is het bewijs hiervoor?
Antwoord: Zijn woorden (Verheven zij Hij): وَإِذْ قَالَ إِبْرَاهِيمُ لِأَبِيهِ وَقَوْمِهِ إِنَّنِي بَرَاء مِّمَّا تَعْبُدُونَ “En (gedenkt) toen Ibraahiem tot zijn vader en zijn volk zei: “Voorwaar, Ik ben niet verantwoordelijk4 voor wat jullie aanbidden.” (Azzukhruf, 26)
Dit is het bewijs voor de ontkenning. En het bewijs voor de bevestiging (is): إِلَّا الَّذِي فَطَرَنِي “Behalve (voor mijn aanbidding van) Degene Die mij heeft geschapen.” (Azzukhruf, 27)
- Eén maken wat betreft Zijn Heerschappij, Zijn aanbidding en Zijn Namen en Eigenschappen.
- Uitleg hierover volgt in vraag 27.
- Laa ilaaha illa-llah; Er is geen god (die het recht heeft om aanbeden te worden), behalve Allah. Niets of niemand in de aanwezigheid heeft dus het recht om aanbeden te worden, behalve Allah.
- Niet verantwoordelijk; ik heb er niets mee te maken, verafschuw het en neem er afstand van.
