Vraag 27: Hoeveel Tawaaghiet1 zijn er?
Antwoord: Er zijn er veel en de belangrijksten zijn (deze) vijf:
- Iblies2 (moge Allah hem vervloeken).
- Degene die aanbeden wordt en hier tevreden mee is.
- Degene die de mensen uitnodigt naar de aanbidding van hem zelf.
- Degene die beweert kennis te hebben van iets van het ongeziene.
- Degene die oordeelt met iets anders dan datgene wat Allah heeft geopenbaard.
Vraag 28: Wat is de beste daad na de twee getuigenissen?3
Antwoord: Het beste hiervan zijn de vijf gebeden. En zij (het gebed) heeft voorwaarden, pilaren en verplichtingen. Haar meest belangrijke voorwaarde is de Islam, en (daarna) het verstand, en het onderscheidingsvermogen, en het opheffen van een hadath,4 en het verwijderen van annadjaasah,5 en het bedekken van Al-cAwrah,6 en het zich wenden tot de Qiblah, en het aanbreken van de (gebeds)tijd en de intentie.
En haar pilaren zijn veertien:
- Het staan als men hiertoe in staat is.
- Takbieratu-l-ihraam (Het zeggen van ‘Allahu Akbar’).7
- Het reciteren van (soerat) Al-Faatihah.
- Het buigen.
- Het opkomen vanuit de buiging.
- Het knielen op zeven ledematen.
- Het rechtop opkomen vanuit de knieling.
- Het zitten tussen de twee knielingen.
- Rust gedurende (het verrichten van) deze pilaren.
- De volgorde.8
- De laatste tashahud.
- Het zitten voor de laatste tashahud.
- Het uitspreken van de gebeden over de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem).
- Attasliem.9
En haar verplichtingen zijn acht:
- Alle takbieraat, behalve Takbieratu-l-ihraam.
- (Het zeggen van) “Subhaana rabbiyya-l-cAdhiem”10 in de buiging.
- (Het zeggen van) “Samica-llaahu liman hamidah.”11 Dit geldt voor de imaam alsook degene die het (gebed) alleen verricht.
- (Het zeggen van) “Rabbanaa wa laka-l-hamd.”12 Dit geldt voor de imaam, degene die achter de imaam bidt en degene die alleen bidt.
- (Het zeggen van) “Subhaana rabbiya-l-Aclaa”13 in de knieling.
- (Het zeggen van) “Rabbi ghfirlie”14 tussen de twee knielingen.
- De eerste tashahud.
- Het zitten voor de eerste tashahud.
- En wat hierbuiten valt – aan uitspraken en handelingen – behoort tot de sunan.15
Vraag 29: Zal Allah de schepselen opwekken na de dood en hen berechten voor hun goede en slechte daden? En degenen die Hem gehoorzaamd hebben het Paradijs doen binnentreden? En zullen degenen die ongelovig zijn (aan Hem) en deelgenoten aan Hem hebben toegekend in het Hellevuur zijn?
Antwoord: Ja, en het bewijs is Zijn uitspraak (Verheven zij Hij): زَعَمَ الَّذِينَ كَفَرُوا أَن لَّن يُبْعَثُوا قُلْ بَلَى وَرَبِّي لَتُبْعَثُنَّ ثُمَّ لَتُنَبَّؤُنَّ بِمَا عَمِلْتُمْ وَذَلِكَ عَلَى اللَّهِ يَسِيرٌ “Degenen die ongelovig zijn veronderstellen dat zij niet opgewekt zullen worden. Zeg: Welzeker, bij mijn Heer! Jullie zullen zeker opgewekt worden en vervolgens zullen jullie op de hoogte gebracht worden van wat jullie bedreven hebben. En dat is voor Allah gemakkelijk.” (Attaghaabun, 7)
En Zijn woorden: مِنْهَا خَلَقْنَاكُمْ وَفِيهَا نُعِيدُكُمْ وَمِنْهَا نُخْرِجُكُمْ تَارَةً أُخْرَى “Uit haar hebben Wij jullie geschapen en daarin zullen Wij jullie terug doen keren en daaruit zullen Wij jullie een andere keer opwekken.” (Taahaa, 55)
En in de Koran zijn hiervoor ontelbare bewijzen.
Vraag 30: Wat is het oordeel over degene die offert voor iemand anders dan Allah?
Antwoord: Het oordeel is dat hij een ongelovige en afvallige is wiens offer niet toegestaan is, omdat zich twee verboden hierin verzamelen:
- Dat het offer van een afvallige is, en het offer van een afvallige is niet toegestaan. Hier bestaat consensus16 over.
- Het behoort tot datgene waarover iets anders dan de Naam van Allah is uitgesproken. Dit heeft Allah verboden in Zijn uitspraak: قُل لاَّ أَجِدُ فِي مَا أُوْحِيَ إِلَيَّ مُحَرَّماً عَلَى طَاعِمٍ يَطْعَمُهُ إِلاَّ أَن يَكُونَ مَيْتَةً أَوْ دَماً مَّسْفُوحاً أَوْ لَحْمَ خِنزِيرٍ فَإِنَّهُ رِجْسٌ أَوْ فِسْقاً أُهِلَّ لِغَيْرِ اللّهِ بِهِ “Zeg: Ik vind in wat aan mij is geopenbaard geen verbod dat een eter iets eet, behalve wanneer het een kadaver dier is, of stromend bloed, of varkensvlees. Want voorwaar, het is onrein, of zwaar zondig waarover iets anders dan de Naam van Allah is uitgesproken.” (Al-Ancaam, 145)
- Tawaaghiet: Meervoud van Taaghoet.
- Iblies: De shaytaan (duivel).
- De twee getuigenissen: De getuigenis dat er geen god is (die het recht heeft aanbeden te worden), behalve Allah en dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is.
- Hadath; letterlijke betekenis: gebeurtenis. In fiqh-termen: het winden, toiletteren, zaadlozing of gemeenschap. Winden en toiletteren zijn kleine ahdaath en kunnen opgeheven worden door de woedoe. Gemeenschap, zaadlozing, menstruatie en kraambloed zijn grote ahdaath en kunnen opgeheven worden door de al-ghoesl (grote wassing).
- Annadjaasah; onreine materie.
- Al-cAwrah; het deel van het lichaam dat bedekt moet worden volgens de islamitische wetgeving.
- Takbieratu-l-ihraam: De takbier die het haraam (verboden) maakt. Met andere woorden: de handelingen die Allah verboden heeft gemaakt gedurende het gebed. Hiermee opent men het gebed.
- De volgorde: Dat deze pilaren in volgorde worden verricht.
- Attasliem: Het afsluiten van het gebed door middel van de tasliem uit te spreken.
- Subhaana rabbiya-l-cAdhiem: Verheven is mijn Heer, de Geweldige.
- Samica-llaahu liman hamidah: Allah hoort degene die Hem prijst.
- Rabbanaa wa laka-l-hamd: O onze Heer, voor U is alle lof.
- Subhaana rabbiya-l-Aclaa: Verheven is mijn Heer, de Allerhoogste.
- Rabbi ghfirlie: O mijn Heer, vergeef mij.
- In dit geval; tot de aanbevolen daden.
- Consensus: overeenstemming (tussen de geleerden en geaccepteerd door de moslimgemeenschap).
