Tijdens de khilaafah (periode dat men de leider der gelovigen is) van Aboe Bakr fungeerde cUmar ibn al-Khattaab als rechter. Na het overlijden van Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) heeft cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) hem opgevolgd en de moslimgemeenschap ongeveer tien jaar geleid. De periode dat cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) de leider was van de islamitische staat wordt ook wel “Het Gouden Hoofdstuk van de islamitische geschiedenis” genoemd. Deze periode was er een van voorspoed, zoals Arabië nog niet eerder had gekend. De Arabieren kregen de rijkdommen van onder andere Irak, Iran, Syrië en Jordanië. De Islam verspreidde zich in verschillende landen en de moslims boekten de ene overwinning na de andere. De grootse overwinning was natuurlijk de verovering van Bait al-Maqdis. De slag van al-Yarmoek mag uiteraard ook niet vergeten worden.
Omdat deze metgezel opgevoed is op de “school van Mohammed” bleef hij zichzelf toen hij als leider fungeerde. Hij plaatste zichzelf niet boven anderen en maakte zich zorgen om de toestand van zijn gemeenschap. Hij was zich enorm bewust van de verantwoordelijkheid die hij droeg en leidde een simpel leven. Hij berispte zichzelf gedurende zijn leiderschap en zei dan tegen zichzelf:
“Bachin!1 Bij Allah, je zult Allah vrezen, o ibn al-Khattaab, of Hij (Allah) zal jou straffen.”2
- Een woord dat de Arabieren gebruikten wanneer ze verbaasd zijn over iets (in positieve zin).
- Onder andere door imaam Ahmad verhaald in Azzuhd.
