Aangezien cAlie ibn abie Taalib (moge Allah met hem behaagd zijn) opgroeide in het huis van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem), raakte hij bekend met vele interne zaken die te maken hadden met de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Op jonge leeftijd werden al aan hem de gewoontes, handelingen, gedragsmanieren en andere zaken van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) aangeleerd. Hij versierde zich in de kledij van reinheid vanaf een zeer jonge leeftijd en distantieerde zich van afgoderij. Ook was hij begunstigd door Allah met een sterk geheugen en een ongekende slimheid. Hij staat bij ons bekend als de godsvruchtige, de asceet, de edelmoedige, de krijger, de rechtvaardige en de martelaar. cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) is namelijk iemand die gestreden heeft op de weg van Allah. Hij heeft onder andere gestreden gedurende de slag van Badr, Uhud, Khaybar en al-Khandaq. Hij zocht het sterven op de weg van Allah op en hunkerde naar de dood gedurende de strijd omwille van Allah. Net zoals iemand op zoek is naar koud water in een hete woestijn, zo was cAlie op zoek naar het martelaarschap. Hij heeft tijdens de slag van Badr, Al-Khandaq, Khaybar en andere slagvelden omwille van het geloof gestreden, waardoor Allah en Zijn Boodschapper behaagd over hem zijn.
De Profeet (vrede zij met hem) over cAlie
Toen de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) vetrok voor de slag van Taaboek liet hij cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) achter, waarop cAlie zei: “Laat je mij achter met de kinderen en de vrouwen?” De Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: “Zal het je niet tevreden stellen dat je ten opzichte van mij dezelfde positie inneemt als Haaroen van Moesa, behalve dat er geen profeet na mij is.” (Al-Bukhaarie en Muslim)
De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft cAlie ook genoemd bij degenen die verheugd werden met het paradijs: “Aboe Bakr is in het Paradijs, cUmar is in het paradijs, cUthmaan is in het paradijs en cAlie is in het paradijs.”1
Op de dag van de veldslag van Khaybar zei de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Ik zal deze vlag aan een man geven op wiens handen Allah ons zal doen overwinnen. Hij houdt van Allah en Zijn Boodschapper en Allah en Zijn Boodschapper houden van hem.” Het feit dat een persoon van Allah en Zijn Boodschapper houdt was een gewone zaak onder de metgezellen. Echter, hier geeft de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) ons te kennen dat deze liefde wederzijds is.
De mensen brachten hun nacht door, terwijl zij spraken over wie de vlag wordt gegeven? Toen de mensen wakker werden gingen ze allemaal naar de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem)s gebeden en vrede zij met hem) hopende de vlag in handen te krijgen. Hij (de Profeet, Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: “Waar is cAlie ibn abie Taalib?” Zij (de metgezellen) zeiden: “Hij ondervindt last van zijn ogen.” Hij zei: “Stuurt iemand naar hem,” en hij (cAlie) werd gebracht. De Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) spuugde in zijn oog en smeekte voor hem. Hij werd beter en het was zelfs alsof hij er nooit last van had en hij overhandigde hem de vlag.
Toen Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) het volgende vers openbaarde:فَقُلْ تَعَالَوْاْ نَدْعُ أَبْنَاءنَا وَأَبْنَاءكُمْ وَنِسَاءنَا وَنِسَاءكُمْ وَأَنفُسَنَا وأَنفُسَكُمْ ثُمَّ نَبْتَهِلْ فَنَجْعَل لَّعْنَةَ اللّهِ عَلَى الْكَاذِبِينَ“Zeg dan: ‘Laten wij onze zonen en jullie zonen en onze vrouwen en jullie vrouwen en onszelf en julliezelf bij elkaar roepen, en dan gezamenlijk de vloek van Allah afroepen en deze aan de leugenaars toewensen’” (Aal- cImraan, 61), riep de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) cAlie, Faatimah, Hasan en Husayn bij elkaar en zei: “O Allah, dit is mijn familie.” (Muslim, At-Tirmidhie en Ahmad)
De metgezellen over cAlie
De metgezel Sacd ibnu Abie Waqqaas (moge Allah met hem behaagd zijn) zei: “cAlie zijn drie zaken toegekomen. Elk van die drie zaken is mij geliefder dan rode kamelen. Ik heb de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) tegen hem horen zeggen: ‘Zal het je niet tevreden stellen dat je ten opzichte van mij dezelfde positie inneemt als Haaroen van Moesa, behalve dat er geen profeetschap na mij is.’ Ook heb ik de Profeet (vrede zij met hem) op de dag van Khaybar horen zeggen: ‘Ik zal de vlag aan een man overdragen die van Allah en Zijn Profeet houdt en Allah en Zijn Profeet houden van hem.’ En wij hoopten op het verkrijgen van de vlag. Hij zei vervolgens: ‘Laat cAlie naar voren komen.’ En hij overhandigde hem de vlag.”
Er is overgeleverd van cAlie dat hij heeft gezegd: “Vraagt mij, vraagt mij, vraagt mij over het Boek van Allah. Bij Allah, er is geen vers of ik weet of het in de nacht of overdag is geopenbaard.” En er is overgeleverd van de metgezel Ibnu cAbbaas (moge Allah behaagd met hem zijn) dat hij heeft gezegd: “Wat ik van de uitleg van de Koran heb genomen, heb ik van cAlie ibn Abie Taalib.”
De geleerden over cAlie
Ibn Kathier heeft in zijn boek al-Bidaayah wa Nihaayah de bijeenkomst tussen de Quraysh en de shaytaan vermeld. Zij kwamen bij elkaar om een oplossing te vinden voor de groei van de volgelingen van Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) moest gestopt worden, maar hoe? Zij besloten de mening van Aboe Djahl te accepteren en Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) te doden. Van elke stam zou een jonge man uitgekozen worden. En eenieder van hen zou een zwaard krijgen, waarmee zij vervolgens de Profeet zouden doden. Djibriel stelde de Profeet hiervan echter op de hoogte en zei tegen hem: “Overnacht vannacht niet op de plek waar je gewend bent te overnachten.” De Profeet beval vervolgens de moedige cAlie om in zijn plaats te gaan overnachten. cAlie gaf zonder enige twijfel gehoor aan het bevel van Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem).Terwijl hij weet dat er mannen buiten staan die enkel en alleen het hoofd van Mohammed willen, neemt hij de plek van Mohammed in! Dit getuigt van de liefde van cAlie voor de Boodschapper van Allah. De Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) ontkwam aan de dood en hij liep rustig naar buiten terwijl de mannen die van plan waren om hem te vermoorden getroffen werden door slaap.2
Verder zegt de grote geleerde imaam Ahmad ibn Hanbal het volgende: “De deugden van geen enkele metgezel van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zijn meer genoemd dan die van cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn).” (Al-Haakim)
Imaam al-cUthaymien (moge Allah met hem genadig zijn) is in zijn boek ‘Usoel Attafseer’ – bij het opsommen van de beroemden onder de metgezellen betreffende de uitleg van de Koran – begonnen met cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn). Imaam Al-cUthaymeen zegt het volgende: “Vele van de metgezellen zijn bekend met de uitleg van de Koran. Assuyoetie heeft de vier khulafaa’ (Aboe Bakr, cUmar, cUtmaan en cAlie) opgenoemd. Echter is het zo dat de overleveringen betreffende de eerste drie niet veel zijn, omdat zij het druk hadden met de khilaafah.”
- Overgeleverd door imaam Ahmad en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie in ‘Sahieh al-Djaamic‘ (in deze overlevering noemt de Profeet, Allah’s gebeden en vrede zij met hem, nog zes andere metgezellen).
- De gehele gebeurtenis is terug te vinden in boeken van de biografie van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Zie bijvoorbeeld: Arrahiequ-l-Makhtoem, Sierat Ibnu Hishaam of Qissatu Rrisaalah van cAa’idh al-Qarnie.
