Gepubliceerd: 09/02/2010 Delen: Categorie: Geschiedenis

De positie van cUmar ibnu al-Khattaab

Om de voortreffelijke positie van de metgezel cUmar ibnu-l-Khattaab te beschrijven, volgen een aantal overleveringen die eenieder versteld doen staan.

Het geloof van cUmar

cAbdullaah ibn cUmar (moge Allah met beide behaagd zijn) heeft verhaald, hij zei: “Ik heb de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) horen zeggen: ‘Terwijl ik sliep, zag ik de mensen terwijl ze voor mij getoond werden. Zij hadden hemden aan, waarvan sommigen de borst bereikten en andere langer dan dat waren. Ook werd cUmar voor mij getoond. Hij had een hemd aan die hij (op de grond) sleepte.’ (De metgezellen) zeiden: ‘Wat is uw uitleg daarvoor, o Boodschapper van Allah?’ Hij (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: ‘(Het is) de godsdienst.’”1 (Sahieh Al-Bukhaarie en Muslim)

Aboe Hurayrah (moge Allah behaagd met hem zijn) heeft gezegd: “De Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘Terwijl ik sliep, betrad ik het Paradijs, waar vervolgens een vrouw de wudoe’ (de wassing) verrichte aan de zijkant van een paleis. Hierop zei ik: ‘Van wie is dit paleis?’ Zij zeiden: ‘Van cUmar.’ Ik bedacht me daarop zijn eergevoel (van cUmar) en keerde mij terug.’ Waarop cUmar huilde en zei: ‘Zou mijn gevoel van eer door u aangetast worden, o Boodschapper van Allah?’” (Al-Bukhaarie en Muslim)

Er is ook overgeleverd van cAbdullaah ibn cUmar (moge Allah met beide behaagd zijn) dat hij heeft gezegd: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zeggen: ‘Terwijl ik aan het slapen was, werd mij een beker melk gebracht en ik dronk totdat ik zag dat het vocht uit mijn nagels kwam. Daarna gaf ik de rest aan cUmar ibnul-Khattaab.’ Zij (de metgezellen) zeiden: ‘Hoe legde u dit uit, o Boodschapper van Allah?’ Hij zei: ‘(Het is) kennis.’” (Al-Bukhaarie en Muslim)

Er is overgeleverd van Abie Sacd Al-Khudhrie (moge Allah behaagd met hem zijn) dat de Boodschapper van Allah heeft gezegd: “Voorzeker, er waren onder degenen die voor jullie waren van de gemeenschappen mensen die geïnspireerd waren (moehaddathoen) zonder dat zij profeten waren. Als er in mijn gemeenschap iemand zou zijn, dan is dat cUmar.” (Al-Bukhaarie en Muslim)

cAbdullaah bin cumar (moge Allah met beide behaagd zijn) overlevert dat de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft gezegd: “Waarlijk, Allah heeft de waarheid geplaatst op de tong van cUmar en in zijn hart.” (Ahmad, At-Tirmidhie; sahieh verklaard door imaan Al-Albaanie in Sahieh Al-Djaamic)

De Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zei met hem) heeft gezegd: “Vertel ons wat je wil, o ibn al-Khattaab. Bij Degene in Wiens Handen mijn ziel ligt, telkens als de shaytaan jou treft op zijn weg, dan neemt hij (uit angst voor jou) een andere weg dan die jij neemt.” (Al-Bukhaarie en Muslim)

De moed van cUmar

De geleerden van de Siyyar (biografieën) zeggen: “cUmar ibnu-l-Khattaab (moge Allah behaagd met hem zijn) heeft van de vele slagvelden waarin hij heeft gestreden onder andere de volgende bijgewoond: Badr, Uhud, Al-Khandaq, Khaybar, Al-Fath, Hunain en andere.” cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) was een ware strijder die gevreesd werd door de veelgodenaanbidders. In tegenstelling tot hen vreesde hij hen niet, ondanks dat de moslims in Mekka in de minderheid waren. De dag dat cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) de migratie wilde verrichten, aarzelde hij niet en maakte zijn migratie zelfs bekend aan de mensen van Quraysh. Nadat hij zeven maal de tawaaf (rondgang om al-Kacbah) had verricht en bij al-Maqaam2 gebeden had, sprak hij hen (de veelgodenaanbidders) toe en zei hij onder andere: “Al wie wil dat zijn moeder een kind verliest en zijn kind een wees wordt en zijn echtgenote zonder echtgenoot komt te zitten, laat hem mij dan tegemoetkomen achter deze vallei.”

Zijn liefde voor de profeet

Het geloof had zich in het hart van cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) verankerd. Van de duisternis waarin hij leefde, heeft Allah (de Verhevene) het licht en het geloof in zijn hart geplaatst. Er vestigde zich een intense liefde voor de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) in het hart van cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn). Hij heeft de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) bijgestaan en altijd verdedigd. Deze liefde voor de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) was zo hevig dat cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) de berichtgeving van de dood van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) niet geloofde. Hij zei: “Voorwaar, mannen onder de huichelaars beweren dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) overleden is. En voorzeker de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) is niet dood, maar hij is naar zijn Heer gegaan zoals Moesa bin cImraan (vrede zij met hem) ook is gegaan.”3

Hij waakte over de voorschriften van Allah

cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) pleegde eenieder die iets deed wat niet in overeenstemming was met de handelswijze van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) te bestrijden. Op een dag kwam cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) de moskee binnen en trof daar een man aan die onbenullige verhalen aan het vertellen was. cUmar Al-Faaroeq (moge Allah behaagd met hem zijn) haastte zich naar zijn huis om zijn stok te halen. Hij kwam terug naar de moskee en begaf zich tussen de rijen om de man een paar tikken met de stok te geven. Hij zei tegen hem: “O vijand van Allah, Allah (de Verhevene) zegt:نَحْنُ نَقُصُّ عَلَيْكَ أَحْسَنَ الْقَصَص‘Wij vertellen jou het beste verhaal’ (Yoesuf, c) en jij komt hier de mensen onzinnige verhalen vertellen.”

Bijzondere uitspraken van cUmar

cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) heeft ons vele prachtige woorden achtergelaten. Het zijn woorden die met goud geschreven zouden moeten worden.4 De volgende woorden die hij sprak toen hij de zwarte steen kustte, zullen altijd op de minbar aangehaald worden:
cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) ging naar al-hadjar al-aswad (de zwarte steen) en kuste deze, vervolgens zei hij: “Voorzeker, ik weet dat je (slechts) een steen bent die niet schaadt en niet baat. En als ik niet had gezien dat de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) je kuste, (dan) had ik je niet gekust.” (Al-Bukhaarie en Muslim)
cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) placht ook te zeggen: “Berecht julliezelf voordat jullie berecht worden.”

Aboe Tariq

  1. Al-Haafidh ibn Hajar zegt: “Deze hadieth geeft het vermoeden dat cUmar beter is dan Aboe Bakr. Het antwoord hierop zijn de volgende woorden van de Profeet in deze overlevering: ‘zag ik de mensen.’ Het kan zo zijn dat Aboe Bakr niet bij deze zat (niet aanwezig was). En het feit dat cUmar een hemd draagt die hij over de grond sleept, hoeft niet te betekenen dat Aboe Bakr geen hemd draagt die wellicht langer en ruimer is dan die van cUmar, en dit zal waarschijnlijk ook zo zijn. Echter, het doel van de hadieth is het laten zien van de positie van cumar, Vandaar dat hij (de Profeet) het kort heeft gehouden. En Allah weet het beste.”
  2. De steen waarop Ibraahiem (vrede zij met hem) stond toen hij samen met Ismaaciel (vrede zij met hem) de Kacbah aan het bouwen was.
  3. Zie Sierah van Ibn Hishaam, sahieh verklaard door ibn Hibaan. cumar (moge Allah behaagd met hem zijn) was pas zeker van de dood van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) toen hij Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) het volgende vers hoorde reciteren (interpretatie van de betekenis):
    “En Mohammad is niet meer dan een Boodschapper, voor hem zijn de Boodschappers reeds heengegaan. Als hij dan zou sterven of gedood worden, zouden jullie dan op jullie hielen omdraaien? En wie zich op zijn hielen zou omdraaien, het zal Allah niets schaden. En Allah zal de dankbaren belonen.” (Aal cImraan, 144)
  4. Een Arabische uitdrukking om aan te geven dat het geniale woorden zijn.