Gepubliceerd: 10/02/2010 Delen: Categorie: Geschiedenis

Het einde van cAlies leven

Voor de voortreffelijke metgezel cAlie ibn abie Taalib (moge Allah met hem behaagd zijn) was de tijd aangebroken om het martelaarschap dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) hem beloofd had te behalen. Hij was er zeker van dat hij deze zou behalen, hoe lang hij ook zou leven.

De list van de mensen van Khawaaridj

Drie personen van de Khawaaridj, de eerste dwalende groepering binnen de Islam, kwamen bij elkaar. Dit waren: cAbdurrahmaan ibn Maldjam, Al-Barraak ibn cAbdullaah en cAmr ibn Bakr. Zij hadden kritiek op de gang van zaken en waren ontevreden over de politiek van hun leider, cAlie ibn abie Taalib. Zij betreurden de dood van hun broeders die omgekomen waren tijdens de strijd tegen cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn). Daarom besloten deze drie om wraak te nemen. Ibn Maldjam zei: “Ik zal cAlie op mij nemen.” Al-Barraak zei: “Ik zal jullie verlossen van Mucaawiyah.” En cAmr ibn Bakr zei: “Ik zal cAmr ibn al-cAas op mij nemen.” Zij zwoeren bij Allah dat eenieder van hen zijn plan zal doorzetten en er zeker van moet zijn dat genoemde personen gedood zullen worden.

De aanval op de leider van de moslims

Toen cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) in de ochtend zijn huis verliet om al-fadjr te gaan bidden, wist hij nog niet dat dit zijn laatste gebed zou zijn. De dood heeft geen afspraak met cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) gemaakt en het heeft ook niet met hem overlegd. Iedere ziel zal de dood moeten proeven, zelfs de beste mensen na de profeten.
Ibn Maldjam had zijn plannen reeds gemaakt en hij had zijn zwaard vergiftigd. Nog voordat cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) de moskee bereikte, werd hij getroffen door het zwaard van ibn Maldjam. Terwijl cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) zich in de doodstrijd bevond, gaf hij zijn dragers en de mensen die om hem heen kwamen staan de opdracht om hem te verlaten en zich te haastten naar de moskee om het gezamenlijke gebed bij te wonen. Het is het gebed dat helaas door velen in de steek is gelaten. En dit terwijl zich in het gebed onze vreugde bevindt.
De laatste momenten van cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) naderden. Hij werd tussen zijn metgezellen en kinderen gelegd en hij sprak hen voor het laatst toe. Hij zei tegen hen: “Geef ibn Maldjam te eten van datgene wat ik eet en geef hem te drinken van datgene wat ik drink. Als ik dit overleef, dan zie ik wel wat ik verder met hem zal doen. Als ik daarentegen sterf, maak hem dan dood.”

En zo nemen wij afscheid van cAlie ibn abie Taalib (moge Allah met hem behaagd zijn). Hij heeft het wereldse leven verlaten, maar de dagen die hij op aarde heeft doorgebracht, zijn een zon geworden die een hoge positie in het leven van de mensheid en de geschiedenis heeft ingenomen. En deze zon komt dagelijks op om ons te herinneren aan de waarheid, de moed, rechtvaardigheid, het goede en liefde voor de godsdienst. Geprezen is Allah, tot Hem behoren wij en tot Hem keren wij terug.

Aboe Tariq