Gepubliceerd: 10/02/2010 Delen: Categorie: Geschiedenis

Het einde van cUmars leven

Voortekenen

Na een lange periode van gehoorzaamheid aan Allah en het verspreiden van rechtvaardigheid werd het tijd voor cUmar ibn al-Khattaab (moge Allah behaagd met hem zijn) om afscheid te nemen van dit wereldse leven. Hij voelde de dood zelf ook aankomen en vroeg daarom aan Allah: “O Allah, schenk mij het martelaarschap omwille van U en laat mijn dood plaatsvinden in het land van Uw Boodschapper.” (Al-Bukhaarie)
cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) werd al door de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) verheugd dat hij als martelaar zou sterven toen hij zich samen met Aboe Bakr, cUmar en cUthmaan (moge Allah behaagd met hen zijn) op de berg Uhud bevond, waarop deze onder hen begon te beven. De Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei toen: “Wees standvastig Uhud, want niemand anders dan een Profeet, een waarheidsgetrouwe en twee martelaren staan op jou.” (Al-Bukhaarie en Aboe Daawoed)

Ook verhaald Macdaan bin Abie Talhah Al-cUmrie dat cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) de minbar1 besteeg en, nadat hij Allah, Zijn Boodschapper en Aboe Bakr geprezen had, het volgende zei: “Ik heb een droom gezien die ik slechts zie als de komst van mijn dood en ik zag (in mijn droom) een haan die mij tweemaal pikte, waarop ik (deze droom) aan Asmaa’ bint cumais vertelde en zij zei: ‘Een man van al-cadjam2 zal jou doden.’” (Overgeleverd door imaam Ahmad, Muslim en Al-Haakim)

De fatale dag

Het werd tijd voor cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) om de grote eer van het martelaarschap te behalen. Toen de dageraad was aangebroken, ging cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) naar buiten om het gebed te leiden. Deze morgen ging Lu’lu’ah ook naar de moskee en hij had een dolk bij zich. Er wordt gezegd dat hij een maand lang gif liet inwerken op het zwaard. Hij wachtte tot cUmar de takbier3 uitsprak om vervolgens naar hem toe te gaan en hem zes keer met deze dolk te steken. cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) viel op de grond en het enige waar hij aan dacht was zijn gebed. Hij pleegde ook te zeggen: “Er is geen aandeel in de Islam voor degene die het gebed verlaat.” cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) liet cAbdurrahmaan ibnu cAwf vervolgens het gebed leiden. cUmar zelf werd met spoed naar zijn huis gedragen, terwijl Lu’lu’ah doorging met het moorden van andere metgezellen, totdat hij zichzelf doodde.
cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) wilde weten wie hem gestoken had. Hij verzocht ibnu cAbbaas uit te gaan zoeken wie dit gedaan had. Toen hij van hem had vernomen dat de slaaf van Al-Mughierah, genaamd Lu’lu’ah, hem gestoken had, zei cUmar: “Alle lof zij Allah, Degene Die ervoor gezorgd heeft dat mijn dood niet door de hand van een man die moslim beweert te zijn, heeft laten plaatsvinden.”

De dood was nabij voor cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn). Hij lag de pijn te verwerken, terwijl de metgezellen hem bezochten en hem prezen. Een jongeman kwam bij hem en zei: “Wees verheugd, o leider der gelovigen, op de blijde tijding van Allah aan jou en het gezelschap van de Boodschapper van Allah (Alllah’s gebeden en vrede zij met hem), en jouw bewezen diensten aan de Islam middels hetgeen jij wel weet. Vervolgens werd je leider en je hebt met rechtvaardigheid geregeerd en vervolgens het martelaarschap hebt verkregen.” cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) zei: “Ik wenste dat die (zaken) elkaar compenseerden, zodat ik benadeeld noch bevoordeeld word.” Toen de jongeman zich omkeerde, raakten zijn kleren de grond aan, waarop cUmar zei: “Breng mij de jongen terug.” Vervolgens zei cUmar: “O zoon van mijn broeder, hef je kleren, want dat is schoner voor je kleren en beschermend voor (de bestraffing van) jouw Heer.” Zelfs op zijn sterfbed waakte cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) over de voorschriften van Allah en beval hij het goede en verbood het slechte.

cUmar’s laatste wens

Vervolgens stuurde cUmar zijn zoon cAbdullah ibn cUmar (moge Allah behaagd met hen beide zijn) naar cAa’ishah (moge Allah behaagd met haar zijn) om haar te groeten en toestemming te vragen of het mogelijk is dat hij bij zijn metgezellen Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) en Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) begraven kan worden. cAbdullah (moge Allah behaagd met hem zijn) gaf gehoor aan het bevel van zijn vader en ging naar cAa’ishah en trof haar huilend aan. Hij vertelde haar de wens van zijn vader cUmar Al-Faaroeq (moge Allah behaagd met hem zijn) waarop zij zei: “Ik had hem (de plaats die nog over was op de plek waar de Profeet en Aboe Bakr begraven waren) voor mij zelf gewild, maar ik zal cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) vandaag boven mijzelf verkiezen.” cAbdullah (moge Allah behaagd met hem zijn) keerde terug naar zijn vader om hem met deze blijde tijding te verheugen. cUmar zei: “Alle lof zij Allah, er was niets belangrijker voor mij dan dat. En wanneer ik sterf, draagt mij dan, en groet (cAa’ishah) en zeg: cUmar vraagt toestemming. Als zij mij toestemming geeft, plaats mij dan (in het graf). En als ze weigert, brengt mij dan terug naar de begraafplaatsen van de moslims.” (Sahieh Al-Bukhaarie)

cAbdullah ibnu cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) zei: “Het hoofd van (mijn vader) cUmar lag op mijn schoot toen hij aan het sterven was. Hierop zei hij tegen mij: “Plaats mijn hoofd op de grond.” Ik zei toen: “Wat maakt het nu uit of uw hoofd nu op mijn schoot of op de grond ligt.” Waarna hij riep: “Doe wat ik je opdraag en leg mijn hoofd op de grond.” cAbdullah ibnu cUmar zei: “Toen plaatste ik zijn hoofd op de grond.” cUmar zei toen: “O wee mij en mijn moeder als mijn Heer, Allah de Verhevene, mij niet genadig is.”4

Ibn cAbbaas overlevert dat cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) op zijn draagbaar (lijkbaar) werd geplaatst waarna de mensen zich om hem heen verzamelden. Zij verrichtten smeekbeden voor hem, voordat hij werd opgetild. En terwijl ik in de menigte stond, greep iemand mij ineens bij mijn schouder. (Toen ik mij omkeerde) zag ik dat het cAlie ibn Abie Taalib was die Allah om genade vroeg voor cUmar. Hij zei: “Er is niemand na jou (o cUmar) met wiens daden ik Allah het liefst zou willen ontmoeten, dan dezelfde daden als die van jou. Bij Allah, ik had het vermoeden dat Allah jou zou plaatsen bij jouw twee vrienden (de Profeet, Allah’s gebeden en vrede zij met hem, en Aboe Bakr). Ik hoorde de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) vaak zeggen: “Ik en Aboe Bakr en cUmar gingen… Ik en Aboe Bakr en cUmar gingen naar binnen… Ik en Aboe Bakr en cUmar gingen naar buiten…” (Al-Bukhaarie en Muslim)
En zo heeft Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) gewild dat cUmar ibn al-Khattaab (moge Allah behaagd met hem zijn) bij zijn twee vrienden begraven werd.

Aboe Tariq

  1. Preekgestoelte van de imaam.
  2. Al-cAdjam; iemand die een andere taal spreekt dan de Arabische of helemaal geen arabier is.
  3. Na het nemen van een zuivere intentie de tweede stap in het gebed. Men heft zijn beide handen op en zegt: Allaahu Akbar (Allah is de Grootste).
  4. Ook vermeld door Adhahabie met een authentieke keten.