Gepubliceerd: 10/02/2010 Delen: Categorie: Geschiedenis

Verheven eigenschappen van cUthmaan

Schaamte

De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft gezegd: “cUthmaan is degene met het meeste schaamtegevoel van mijn gemeenschap.”1 Het is een geweldige karaktereigenschap waarmee cUthmaan door de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) geprezen is. Vraag jezelf af hoe geweldig deze man wel niet moet zijn als zelfs de engelen zich voor hem schamen.
Het is een karaktereigenschap die de moslimgemeenschap vandaag ontzettend mist. Er bestaat nauwelijks schaamtegevoel onder de jongeren meer. Zijn zij niet bekend met de volgende overlevering van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): Aboe Hurayrah (moge Allah met hem behaagd zijn) heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: ‘Al-Iemaan heeft meer dan tweeënzeventig vertakkingen. De meest hoge vertakking is de uitspraak ‘laa-ilaaaha illa-llaah’ en de meest lage is het oprapen van het kwade uit de weg. En schaamte is één van de vertakkingen van al-Iemaan.’” (Sahieh Al-Bukhaarie en Muslim)
Naast het feit dat deze overlevering bewijst dat tot al-Iemaan het verrichten van daden valt, bewijst het ook dat schaamte een grote rol speelt binnen de Islam. De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) noemt namelijk niet zomaar schaamte als één van de vertakkingen. Schaamte tegenover Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zorgt ervoor dat een persoon zich zal inspannen om meer goede daden te verrichten en afstand zal nemen van de zonden. Schaamte tegenover de mensen drijft een persoon tot het hebben van een goede omgang jegens hen. Laten wij dan leerstellingen trekken uit de biografie van cUthmaan.

Verbonden met de Koran

cUthmaan (moge Allah met hem behaagd zijn) was iemand wiens hart verbonden was met de Koran. Het is van hem bekend dat hij zijn nachten pleegde te vullen met het reciteren van de verzen van Allah. Het is overgeleverd van ibnu cUmar (moge Allah met hen behaagd zijn) dat hij het volgende heeft gezegd over dit vers: أَمَّنْ هُوَ قَانِتٌ آنَاء اللَّيْلِ سَاجِداً وَقَائِماً يَحْذَرُ الْآخِرَةَ وَيَرْجُو رَحْمَةَ رَبِّهِ قُلْ هَلْ يَسْتَوِي الَّذِينَ يَعْلَمُونَ وَالَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ إِنَّمَا يَتَذَكَّرُ أُوْلُوا الْأَلْبَابِ “Is de gehoorzame die een gedeelte van de nacht, zich neerknielend en staand (in de salaah doorbrengt), die het Hiernamaals vreest en hoopt op de Barmhartigheid van Zijn Heer beter (of degene die dit niet verricht?). Zeg: ‘Zijn degenen die kennis hebben gelijk aan degenen die geen kennis hebben?’ Voorwaar, het zijn slechts de bezitters van gezond verstand die er lering uit trekken.” (Azzumar, 9)
“Degene die hier wordt bedoeld, is cUthmaan.”

Allah (de Verhevene) zegt: إِنَّ الَّذِينَ سَبَقَتْ لَهُم مِّنَّا الْحُسْنَى أُوْلَئِكَ عَنْهَا مُبْعَدُونَ “Voorwaar, degenen aan wie het goede van Ons voorafgegaan is: zij zijn degenen die daar (het hellevuur) ver van gehouden worden.” (Al Anbiyaa’, 101)
Er is onder andere door imaam al Qurtubie het volgende gezegd over dit vers: Mohammed ibn Haatib heeft gezegd: “Ik heb cAlie (moge Allah met hem behaagd zijn) dit vers (‘Voorwaar, degenen aan wie het goede van Ons voorafgegaan is’) op de minbar horen reciteren en hij zei: ‘Ik heb de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) horen zeggen: cUthmaan behoort tot hen.’”2

Er is overgeleverd van al-Hasan dat hij zei dat cUthmaan heeft gezegd: “Als onze harten gereinigd waren dan zouden wij geen genoegen krijgen van de woorden van onze Heer en ik verafschuw het dat er een dag aan mij voorbij gaat zonder dat ik heb gekeken in de mushaf (de Koran).”3

Vrees

cUthmaan (moge Allah met hem behaagd zijn) was iemand met een enorme vrees voor Allah. Hij vulde zijn nacht met het reciteren van de Koran en huilde vaak bij de verzen die hij reciteerde. Hij zou enorm huilen als hij dacht aan het graf en er zou dan tegen hem gezegd worden: “O cUthmaan, je gedenkt het paradijs en het hellevuur en je huilt niet, (maar) je gedenkt het graf en je huilt?” Hij zou dan zeggen: “Ik heb de Boodschapper van Allah horen zeggen: ‘Het graf is de eerste bestemming van de bestemmingen van het Hiernamaals, als men er aan ontkomt, dan is al hetgeen er na makkelijker. En als men er niet aan ontkomt, dan is al hetgeen er na moeilijker.’” En hij (cUthmaan) zei: “Ik heb de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) horen zeggen: ‘Ik heb geen verschijning gezien of die van het graf was slechter dan deze (verschijning van het graf).’”4

Vrijgevigheid

cUthmaan was ook iemand die ontzettend gul was. Toen de slag van Taboek naderde, vermaande de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) de metgezellen om liefdadigheid uit te geven. Er is overgeleverd van cAbdurrahmaan bin Samurah (moge Allah met hem behaagd zijn) dat cUthmaan ibn cAffaan (moge Allah met hem behaagd zijn) naar de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) kwam met duizend dinaar. De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) accepteerde dit bedrag en zei tegen hem: “Niets zal cUthmaan schaden wat hij na vandaag verricht, niets zal cUthmaan schaden wat hij na vandaag verricht.”5
Er zijn tal van andere overleveringen die ons laten zien wat cUthmaan aan liefdadigheid heeft uitgegeven voor de slag van Taboek en hoe hij het leger hiervan uitrustte met alle benodigdheden. Niemand onder ons zal de gulheid en de goedheid van cUthmaan (moge Allah met hem behaagd zijn) vergeten toen de moslims in hevige nood aan water waren en de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) toen te kennen gaf dat degene die de bron van Roemah zou graven, verzekerd zal zijn met het paradijs. cUthmaan (moge Allah met hem behaagd zijn) – degene die zich haast naar het goede – gaf hier gehoor aan en groef de bron van Roemah. Uiteindelijk zal cUthmaan de beloning ontvangen voor eenieder die uit deze bron drinkt of de wassing met het water van deze bron verricht. Ook is in andere overleveringen verhaald dat cUthmaan (moge Allah met hem behaagd zijn) middels zijn bezittingen heeft gezorgd voor de uitbreiding van de moskee van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). الَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُمْ فِي سَبِيلِ اللّهِ ثُمَّ لاَ يُتْبِعُونَ مَا أَنفَقُواُ مَنّاً وَلاَ أَذًى لَّهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلاَ خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلاَ هُمْ يَحْزَنُونَ “Degenen die hun eigendommen op de Weg van Allah uitgeven en dan hun vrijgevigheid noch met opscheppen, noch met kwetsen laten volgen, voor hen is hun beloning bij hun Heer, en er is voor hen geen angst en zij zullen niet treuren.” (Al-Baqarah, 262)
Er is verteld dat bovenstaand vers naar aanleiding van cUthmaan en cAbdurrahmaan ibn cAuf (moge Allah met hen behaagd zijn) is geopenbaard.6
Imaam al-Qurtubie heeft onder andere het volgende vermeld bij de uitleg van dit vers; Aboe Sacied Al Khudhrie (moge Allah met hem behaagd zijn) heeft gezegd: “Ik heb gezien dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zijn handen ophief en de smeekbede verrichtte voor cUthmaan, zeggende: ‘O mijn Heer, ik ben behaagd met cUthmaan, weest dan behaagd met hem.’ Hij (de Profeet) bleef maar smeken tot al-fadjr, toen werd (aan hem) geopenbaard: ‘Degenen die hun eigendommen op de Weg van Allah uitgeven en dan hun vrijgevigheid noch met opscheppen, noch met kwetsen laten volgen, voor hen is hun beloning bij hun Heer, en er is voor hen geen angst en zij zullen niet treuren.’”

Aboe Tariq

  1. Overgeleverd door Aboe Naciem in Al-Hilyah en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie in Sahieh Al-Djaamic.
  2. Ook vermeld door imaam Attabarie in ‘Arriyaad Annadirah fie Manaaqibi-l-cAsharah’.
  3. Al-Bidaayah wa-Nnihaayah.
  4. At-Tirmidhie, ibn Maadjah en hasan verklaard door imaam al-Albaanie in Sahieh ibn Maadjah.
  5. At-Tirmidhie, Ahmad, ibn Abie cAasim en al-Haakim en authentiek verklaard door Adhahabie.
  6. Vermeld door Al-Waahidie, zie ‘Arriyaad Annadirah fie Manaaqibi-l-cAsharah’ van imaam Ahmad Attabarie blz. 62 / deel 2.