Er was eens een vader die zijn zoon een belangrijke les wilde leren. Hij wilde hem laten zien dat het onmogelijk is om alle mensen tevreden te stellen en dat hij zich hier niet mee moet bezighouden. Hij moet zich echter bezighouden met het tevredenstellen van de Heer van de mensen, namelijk Allah.
De vader zei op een dag tegen zijn zoon: “O mijn zoon, breng snel de ezel.” De zoon zei: “Waarom, o vader?” De vader zei: “We gaan naar een dorpje hier in de buurt.” De zoon zei: “Waarom gaan we daar naartoe?” De vader zei: “Doe nou maar wat ik je zeg en je zult nog wel weten waarom.”
De zoon ging snel de ezel halen en zijn vader zei tegen hem: “Ga jij maar op de ezel zitten en dan ga ik wel lopen.” De zoon ging dus op de ezel zitten en zijn vader liep erachteraan. Onderweg kwamen zei een groepje mensen tegen en zei schreeuwden naar het kind op de ezel. Zij zeiden tegen hem: “O jij, waarom ga jij op de ezel zitten en laat je je vader lopen?!” De zoon keek naar zijn vader en zei: “O mijn vader, gaat u maar op de ezel zitten en dan ga ik wel lopen.” De vader sprong meteen op de rug van de ezel en zijn zoon begon te lopen.
Na een tijdje kwamen zij weer een groepje mensen tegen. De mensen keken naar de vader en zeiden tegen hem: “Wat is dit, heb jij geen genade in je hart. Hoe kun jij op de ezel gaan zitten en je kleine zoon in deze hitte laten lopen?!” De vader keek naar zijn zoon en zei: “Hoor je wat ze zeggen? Weet je wat, we gaan wel samen op de ezel zitten.”
Vader en zoon gingen samen op de ezel zitten. Toen liepen zij langs een aantal mensen die onder de schaduw van een boom zaten. Ze keken heel boos naar de vader en zijn zoon en zeiden tegen hen: “Hoe kan het dat jullie met z’n tweeën op deze zwakke ezel gaan zitten. Hebben jullie dan geen barmhartigheid in jullie harten?” Vader en zoon gingen snel van de ezel af en de vader zei tegen zijn zoon: “We kunnen het beste de ezel met rust laten en achter de ezel lopen.”
Toen ze bijna bij het dorpje aankwamen, troffen ze een groep mensen aan. De mensen zeiden toen: “Moet je eens kijken, vader en zoon lopen naast de ezel in deze hitte. Ze moeten wel gek zijn. Ze hebben die ezel niet voor niets gekocht toch?!” Toen keek de vader naar zijn zoon en zei: “O mijn zoon, je zult nooit alle mensen tevreden kunnen stellen, al zou je daarvoor je uiterste best doen.” Zijn zoon zei: “Je hebt gelijk mijn vader. Ik heb een wijze les geleerd.” En zijn vader zei: “Ok, heel goed van jou. En dan gaan we nu terug naar ons dorp”
Wat leren wij uit dit verhaal?
- Een vader moet zijn best doen om zijn kinderen een juiste opvoeding mee te geven en hij moet zijn levenservaring gebruiken. Zo leert het kind wat goed voor hem of haar is.
- Een kind moet naar zijn ouders luisteren als de ouders iets van hem vragen, zolang zij hem niet aansporen om Allah ongehoorzaam te zijn.
- Een persoon kan niet iedereen tevreden stellen. Hij moet dus streven naar het behalen van de tevredenheid van Allah. Als Allah tevreden met hem is, maakt Hij hem geliefd bij iedereen. Zo zegt onze geliefde Profeet (vrede zij met hem):
“Waarlijk, als Allah (de Verhevene) van een dienaar houdt, roept Hij Djibriel en zegt: ‘Ik hou van die en die, dus houd van hem.’ Vervolgens zal Djibriel van hem houden. Dan roept hij (Djibriel) in de hemel, zeggende: ‘Waarlijk, Allah houdt van die en die, dus houdt van hem.’ Vervolgens zullen de bewoners van de hemel van hem houden. Hij (de Profeet, vrede zij met hem) zei: ‘Dan zal de aanvaarding worden gevestigd op aarde.’” (Al-Bukhaarie en Muslim)
