Inhoudsopgave:
1. De oordelen
De islamitische wetsleer omvat vijf verschillende oordelen:
Waadjib (verplicht)
Waadjib is hetgeen Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) en Zijn Boodschapper (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) bevelen en bevestigen, wat leidt tot een verplichting.
Door het verrichten van verplichte handelingen verricht men een goede daad. Dit leidt tot het verkrijgen van een beloning (adjr). Maar indien men het verlaat, leidt dit tot het begaan van een zonde en daardoor verdient men te worden bestraft.
Mandoeb/Mustahabb (aanbevolen)
Mandoeb is hetgeen Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) en Zijn Boodschapper (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) hebben bevolen zonder harde bevestiging in de Koran en de Sunnah.
Door het verrichten van al-Mandoeb verricht men een goede daad die leidt tot beloning (adjr). Maar indien men het verlaat, leidt dit niet tot het begaan van een zonde en loopt men ook niet het risico te worden bestraft.
Wanneer Allah en Zijn Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) een daad verplicht stellen, maar de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) vervolgens anders handelt, dan is dit de oorzaak dat dit niet meer verplicht is, maar Mandoeb.
Mubaah (toegestaan)
Mubaah (ook wel bekend als Halaal) is hetgeen waarover Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) en Zijn Boodschapper (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) geen uitspraak hebben gedaan en/of duidelijk hebben toegelaten.
Wanneer men het verricht of verlaat, wordt men niet beloond of bestraft, tenzij de intentie naar Allah gericht wordt.
Makroeh (afgeraden)
Makroeh is hetgeen Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) en Zijn Boodschapper (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) hebben afgeraden. Door het verrichten van al-Makroeh begaat men geen zonde. En voor het verlaten ervan, wordt men beloond.
Wanneer de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) het tegenovergestelde heeft gedaan van wat hij (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) verboden heeft, betekent dit dat deze zaak afgekeurd (Makroeh) is of een specificatie van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Echter dient men voor het laatste een bewijs te hebben.
Haraam (verboden)
Haraam is hetgeen Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) en Zijn Boodschapper bevolen hebben te verlaten en/of verboden hebben. Door het verrichten van al-Haraam begaat men een zonde en loopt men het risico te worden bestraft. En voor het verlaten ervan, omwille van Allah, wordt men beloond.
2. De bewijsvoering
De wetsleer-oordelen worden gevormd door middel van de volgende bewijsvoeringen:
- Men hoort de hoofdbronnen van de wetsleer aan te houden en hoort zich daar niet van af te wenden.
- Men hoort alle bewijzen van een onderwerp te verzamelen om bij dat onderwerp tot een oordeel te komen.
- Men hoort de bewijsvoering en uitleg van de voorafgaande metgezellen van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) en de geleerden aan te houden.
3. De bronnen/bewijzen
De Koran
De Koran is het woord van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) dat Hij aan Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem), middels de tussenkomst van de engel Djibriel, heeft geopenbaard. Dit is de hoofdbron van alle kennis binnen de Islam.
De Sunnah
De Sunnah is de manier en de uitleg van de wetgeving van de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) over de wetgeving van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) die Hij in Zijn Koran heeft voorgeschreven. In de Sunnah bevindt zich een gedetailleerde uitleg van wat in de Koran staat. De Sunnah van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft een gelijkwaardige autoriteit als de woorden van Allah (in de Koran) met betrekking tot de wetgeving. De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) sprak namelijk niet uit eigen begeerte over de geloofszaken, maar verkondigde slechts hetgeen aan hem geopenbaard werd. Daarom zegt Allah ook over hem:وَمَا يَنطِقُ عَنِ الْهَوَى إِنْ هُوَ إِلَّا وَحْيٌ يُوحَى“En hij spreekt niet uit eigen begeerte. Het is niets anders dan een Openbaring die aan hem geopenbaard is.” (An-Nadjm, 3-4)
De Sunnah van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) bestaat uit drie soorten:
- De uitspraken van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem).
- De handelingen van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem).
- De bevestigingen en acceptaties van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem).
De overeenstemming
Wanneer de geleerden in overeenstemming zijn over een oordeel, wordt dit ook als bewijs gehanteerd.
Vele geleerden – zoals imaam Ahmad, imaam ibn Taymiyyah en imaam al-Albaanie – zijn het erover eens dat dit bewijs slechts in de algemeen bekende zaken van de Islam voor kan komen, zoals de verplichting van het gebed, het vasten, en het verbieden van ontucht, alcohol etc.
De Sunnah van de metgezellen
De metgezellen van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) hebben de correcte en zuivere manier van praktiseren van de Sunnah van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) overgenomen. Daarom is het verplicht om hetgeen waarover zij oordelen te volgen en daar niet van af te wijken. Tevens zijn hun uitspraken en handelingen ook een Sunnah. De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) heeft ons bevolen om zijn Sunnah en de Sunnah van zijn metgezellen te volgen, zeggende: “Voorwaar, volgt mijn Sunnah en de Sunnah van mijn khulafaa’ (opvolgers).”
Bij een meningsverschil tussen de metgezellen zijn wij dus ook gebonden om de de metgezellen te volgen. Hierdoor is het ons verboden om af te wijken van de oordelen die de metgezellen hebben geveld. Geen enkele persoon mag dan met een ander oordeel komen dan die van de metgezellen. Degene van de metgezellen die wij moeten volgen, is de metgezel die een oordeel heeft geveld op basis van een vers uit de Koran of een bewijs uit de Sunnah van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem).
Analogie
Wanneer zich een nieuwe zaak voordoet waarover de Islam in de vier voorafgaande bronnen geen oordeel heeft uitgesproken, kan door de hooggeleerden een beroep worden gedaan op het motief van een bestaand oordeel om in een geval van een nieuwe zaak waarmee het motief overeenkomt, een nieuw oordeel te kunnen uitspreken. Over het motief van de zaak die vergeleken wordt, dient wel reeds een oordeel over geveld te zijn in één van de vier voorafgaande bronnen.
