Het gebed kent aanbevelenswaardige zaken waar degene die het gebed verricht over dient te waken, zodat hij hiervoor beloond wordt. Deze aanbevelingswaardigheden zijn op te splitsen in twee soorten, namelijk uitspraken en handelingen.
De uitspraken
1. De openingssmeekbede
Voordat men aanvangt met het reciteren van soerat Al-Faatihah kan men openen met een smeekbede. De volgende smeekbedes zijn bekend van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): اللهم باعد بيني وبين خطاياي كما باعدت بين المشرق والمغرب اللهم نقني من خطاياي كما ينقى الثوب الأبيض من الدنس اللهم اغسلني من خطاياي بالثلج والماء والبرد “Allaahumma baacid baynie wa bayna khataayaya kamaa baacata bayna-l-mashriqi wa-l-maghrib, Allaahumma naqqinie min khataayaya kamaa yunaqqa-thawbu-l-abyadu mina-ddanas, Allaahuma-ghsilnie min khataayaaya bi-thaldji wa-l-maa’i wa-l-barad.”
“O Allah, schep afstand tussen mij en mijn fouten net zoals U afstand heeft geschapen tussen het oosten en het westen. O Allah, reinig mij van mijn fouten net zoals het witte kleed gereinigd wordt van viezigheid. O Allah, was mij van mijn fouten door middel van sneeuw, water en hagel.” (Al-Bukhaarie en Muslim)
Men kan ook met de volgende openingssmeekbede openen: سبحانك اللهم وبحمدك ، وتبارك اسمك ، وتعالى جدك ، ولا إله غيرك “Subhaanaka-llaahumma wa bihamdik, wa tabaaraka-smuk, wa tacaalaa djadduk, wa laa ilaaha ghayruk.”
“Geprezen en alle lof zij U, o Allah. Gezegend is Uw Naam, en Verheven is Uw Majesteit, en er is geen god behalve U.”1
Er zijn ook nog andere openingssmeekbedes bekend die men kan opzeggen.
2. Het zoeken van toevlucht bij Allah tegen de shaytaan
Allah (de Verhevene) zegt: فَإِذَا قَرَأْتَ الْقُرْآنَ فَاسْتَعِذْ بِاللّهِ مِنَ الشَّيْطَانِ الرَّجِيمِ “En wanneer je de Koran leest, zoekt dan toevlucht bij Allah tegen de vervloekte shaytaan.” (Annahl, 98)
Het is overgeleverd van Aboe Sacied Al-Khudrie dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) het gebed opende met een smeekbede en vervolgens zei: أعوذ بالله السميع العليم من الشيطان الرجيم من همزه ونفخه ونفثه “Acoedhu billaahi-ssamieci-l-caliemi mina-shaytaani-rradjiemi min hamzihi wa nafgihi wa nafthih.”
“Ik zoek toevlucht bij Allah de Alhorende, de Alwetende, tegen de vervloekte shaytaan. Tegen zijn verstikking, hoogmoed en poëzie.”2
Vervolgens zegt men in iedere gebedseenheid de basmalah3, zonder deze luid uit te spreken.
3. Het zeggen van “aamien”
Na het reciteren van Al-Faatihah is het aanbevolen voor eenieder, zowel de imaam als degene die achter de imaam bidt als degene die alleen bidt, om ‘aamien’ te zeggen. Dit op basis van zijn woorden (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Als de imaam zegt: ‘niet (het Pad) van degenen op wie de Toorn rust en niet (het Pad) van de dwalenden’, zegt dan: ‘Aamien’. Want degene wiens woorden in overeenstemming zijn met de woorden van de engelen, diens voorgaande zonden worden vergeven.” (Al-Bukhaarie)
Ook heeft Ouail ibn Hijr verhaald dat wanneer de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) las: “en niet (het Pad) van de dwalenden”, (het volgende) zei: “Aamien”, en hij zou zijn stem verheffen.
4. Het lezen na Al-Faatihah
Na het reciteren van soerat Al-Faatihah, wat een zuil van het gebed is, is het aanbevolen om een hoofdstuk of een gedeelte uit de Koran te reciteren. Dit gebeurt dan in de eerste gebedseenheden van Al-Fajr, Adhuhr, Al-cAsr, Al-Maghrib en Al-cIchaa’. Dit op basis van wat overgeleverd is van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) dat hij in de eerste (twee) gebedseenheden van Adhuhr de Moeder van het Boek (Al-Faatihah) reciteerde en twee hoofdstukken, en in de laatste twee gebedseenheden de Moeder van het Boek. En af en toe liet hij hen een vers horen. (Al-Bukhaarie en Muslim)
Het reciteren na Al-Faatihah gebeurt luid in het gebed dat hardop verricht dient te worden, zoals Al-Fajr, Al-Maghrib en Al-cIchaa’. En zacht in het gebed dat zacht verricht dient te worden, zoals Adhuhr en Al-cAsr. Het hardop reciteren (gedurende Al-Fajr, Al-Maghrib en Al-cIchaa’) geldt voor de voorganger in het gebed of voor degene die het gebed alleen verricht.4
5. De lofuitingen in de buiging en de knieling
Het opzeggen van de lofuitingen na de eerste keer in de buiging en de knieling behoort tot de aanbevolen zaken. Ook het toevoegen van de volgende lofuiting na het zeggen van “subhaana rabbiya-l-cadhiem” (verheven is mijn Heer, de Geweldige) of “subhaana rabbiya-l-aclaa” (verheven is mijn Heer, de Allerhoogste) behoort tot de aanbevolen zaken: سُبُّوحٌ قُدُّوسٌ رَبُّ الْمَلائِكَةِ وَالرُّوحِ “Subboehun quddoesun rabbu-l-malaa’ikati wa-rroeh.”
“De Verhevene, de Heilige, de Heer van de engelen en de geest5.” Dit op basis van de overlevering in Sahieh Muslim waarin cAa’ishah (moge Allah behaagd met haar zijn) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) dit in zijn buiging en knieling placht te zeggen.
6. Het opzeggen van de lofuiting na het opheffen van de buiging
Na het zeggen van “Rabbanaa wa laka-l-hamd” (onze Heer, voor U is alle lof) – wat een verplichting is – na het opkomen vanuit de buiging is het aanbevolen om hieraan toe te voegen, zoals in Sahieh Muslim staat: مِلْءَ السَّمَاوَاتِ وَمِلْءَ الأَرْضِ وَمِلْءَ مَا بَيْنَهُمَا وَمِلْءَ مَا شِئْتَ مِنْ شَيْءٍ بَعْدُ “Mil’a-ssamaawaati wa mil’a-l-ardi wa mil’a maa baynahumaa wa mil’a maa shi’ta min shay’in bacd.”
“Aan U (de lof) van het vullen van de hemel, het vullen van de aarde, het vullen van wat er tussen zit, en het vullen van wat U ook maar wenst buiten dat.”
7. De lofuitingen tussen de twee knielingen
Het toevoegen van het volgende na de woorden “Rabbi-ghfir lie, rabbi-ghfir lie” (mijn Heer vergeef mij, mijn Heer vergeef mij): اللهمّ اغفر لي وارحمني واجبرني واهدني وارزقني “Allaahumma-ghfir lie wa-rhamnie wa-djburnie wa-hdinie wa-rzuqnie”
“O Allah, vergeef mij, begenadig mij, verrijk mij, leid mij en voorzie mij.”c
8. Het uitspreken van de gebeden over de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem)
In de laatste tashahhud is het aanbevolen om de gebeden over de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) op te zeggen, zoals hij ons geleerd heeft: قُولُوا : اللَّهُمَّ صَلِّ عَلَى مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِ مُحَمَّدٍ كَمَا صَلَّيْتَ عَلَى آلِ إِبْرَاهِيمَ وَبَارِكْ عَلَى مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِ مُحَمَّدٍ كَمَا بَارَكْتَ عَلَى آلِ إِبْرَاهِيمَ فِي الْعَالَمِينَ إِنَّكَ حَمِيدٌ مَجِيدٌ ، وَالسَّلامُ كَمَا قَدْ عَلِمْتُم Zegt: “Allaahumma salli calaa Mohammadin wa calaa aali Mohammadin kamaa sallayta calaa aali Ibraahiem, wa baarik calaa Mohammadin wa calaa aali Mohammadin kamaa baarakta calaa aali Ibraahiem fil-caalamien innaka Hamiedun Madjied.”
Zegt: “O Allah, geef de gebeden aan Mohammed en de familie van Mohammed, zoals ook de gebeden met de familie van Ibraahiem zijn. En zegen Mohammed en de familie van Mohammed, zoals U de familie van Ibraahiem gezegend heeft in de werelden. U bent de Geprezene, de Glorieuze. En (daarna) de salaam zoals jullie die kennen.” (Muslim)
9. Het verrichten van een smeekbede na de tashahhud
Na de tashahhud is men vrij om Allah (de Verhevene) te smeken. De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zegt namelijk: إذا فرغ أحدكم من التشهد الأخير فليتعوذ بالله من أربع يقول : اللهمّ إني أعوذ بك من عذاب جهنم ومن عذاب القبر ومن فتنة المحيا والممات ومن شر فتنة المسيح الدجال “Als iemand onder jullie klaar is met de laatste tashahhud, laat hem dan toevlucht bij Allah zoeken tegen vier (zaken), zeggende: “Allaahumma innie acoedhu bika min cadhaabi djahannam wa min cadhaabi-l-qabr wa min fitnati-l-mahyaa wa-l-mamaat wa min sharri fitnati-l-masiehi-ddadjaal.”
“Als iemand onder jullie klaar is met de laatste tashahud, laat hem dan toevlucht bij Allah zoeken tegen vier (zaken), zeggende: “O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het Hellevuur, en de bestraffing van het graf, en de beproevingen van het leven en de dood, en van de slechte beproeving van Al-Masieh Addadjaal.” (Al-Bukhaarie en Muslim)
Ook op basis van de overlevering van Ibn Mascoed (moge Allah behaagd met hem zijn) dat de Profeet hen de tashahhud onderwees en vervolgens zei: “Vervolgens kan hij van de zaken kiezen, wat hij maar wenst.” (Al-Bukhaarie en Muslim)
10. De tweede tasliemah
De eerste tasliemah behoort tot de zuilen van het gebed. De tweede is aanbevolen, omdat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) deze af en toe naliet, zoals is overgeleverd van cAa’ishah (moge Allah behaagd met haar zijn) dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) tijdens het gebed één tasliemah zou opzeggen, met zijn gezicht naar voren en iets naar de rechterkant zou draaien.7
Dit zijn de uitspraken die aanbevolen zijn. De handelingen die aanbevolen zijn, zullen apart besproken worden. Tevens zal er nog aandacht geschonken worden aan de uitspraken na het gebed.
- Aboe Dawoed, Al-Haakim, Attirmidhie en authentiek verklaard door imaam Adhahabie en Al-Albaanie.
- Aboe Dawoed, Attirmidhie, Ibn Maadjah, Addaaraqutnie en Al-Haakim. Authentiek verklaard door Al-Haakim, Ibn Hibbaan, Adhahabie en Al-Albaanie.
- De basmalah: “Bismi-llaahi-Rrahmaani-Rrahiem” (In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle).
- Dit geldt tevens voor de vrouw, behalve als er vreemde mannen in de buurt zijn. Dan dient zij haar stem niet te verheffen.
- Geest: waarschijnlijk wordt hier Djibriel bedoeld, zoals Imaam Annawawwie in de uitleg van Sahieh Muslim heeft gezegd.
- Attirmidhie, Ibn Maadjah en authentiek verklaard door imaam Al-Albaanie.
- Al-Haakim en authentiek verklaard door Al-Haakim en Adhahabie.
