Het gebed kent naast zuilen ook verplichte onderdelen. Als één van deze bewust wordt nagelaten, is het gebed ongeldig. Als één van deze onderdelen vergeten wordt, dan dient men hiervoor de knieling van vergeetachtigheid (sudjoed assahw) te verrichten. Dit zijn de verplichtingen van het gebed:
-
Alle takbieraat,1 behalve de ‘takbieratu al-ihraam.’2
-
Het minstens één keer zeggen van “subhaana rabbiya-l-cadhiem” (Verheven is mijn Heer, de Geweldige) in de rukoec (buiging). “سُبْـحانَ رَبِّـيَ الْعَظـيم” Zo pleegde de profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) dit in zijn buiging te zeggen. (Overgeleverd door Ahmad, Aboe Dawoed, Attirmidhie en anderen en de overlevering is authentiek)
-
Het zeggen van “samica-llaahu liman hamidah” (Allah hoort degene die Hem prijst) zodra men begint met het opkomen vanuit de buiging. “سَمِـعَ اللهُ لِمَـنْ حَمِـدَه” Dit geldt voor de imaam alsmede voor degene die het gebed alleen verricht.
-
Het zeggen van: “Rabbanaa wa laka-l-hamd” (O onze Heer, voor U is alle lof) als men rechtop staat. “رَبَّنـا وَلَكَ الحَمْـدُ” Dit geldt zowel voor de imaam als voor degene die achter de imaam in het gebed staat of het gebed alleen verricht. Zo zegt de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Als de imaam ‘samica-llaahu liman hamidah’ zegt, zeg dan: ‘Allaahumma rabbanaa wa laka-l-hamd.’” (Al-Bukhaarie en Muslim)
-
Het minstens één keer zeggen van “subhaana rabbiya-l-aclaa” (Verheven is mijn Heer, de Allerhoogste) gedurende de prosternatie (sudjoed). “سُبْـحانَ رَبِّـيَ الأَعْلـى”
-
Het opzeggen van de smeekbeden tussen de twee knielingen. Men zegt dan: “Allaahumma-ghfir lie wa-rhamnie wa caafinie wa-hdinie wa-rzuqnie” (O Allah, vergeef mij, wees barmhartig voor mij, schenk mij vergiffenis, leid mij en voorzie mij). “اللّهُـمَّ اغْفِـرْ لي ، وَارْحَمْـني، وَعافِنـي، وَاهْدِنـي، وَارْزُقْنـي” (Overgeleverd door Aboe Dawoed en Attirmidhie en de overlevering is hasan)
Men mag ook zeggen: “Rabbi-ghfir lie, rabbi-ghfir lie” (Mijn Heer vergeef mij, mijn Heer vergeef mij). “رَبِّ اغْفِـرْ لي ، رَبِّ اغْفِـرْ لي” (Overgeleverd door Ibn Maadjah, Al Haakim en anderen en de overlevering is authentiek) -
Het uitspreken van de ‘tashahhud:’ “At-tahiyaatu lillaahi, wa-ssalaawatu, wa-ttayyibaatu, assalaamu calaika ayyuha-nnabiyyu wa rahmatu-llaahi wa barakaatuh, assalaamu calaina wa calaa cibaadi-llaahi-ssaalihien. Ash-hadu anlaa ilaaha illa-llaahu, wa ash-hadu anna mohammedan cabduhu wa rasoeluh.” (Alle vereringen, gebeden en reine woorden komen Allah toe. Vrede zij met u, o Profeet, alsook de Genade van Allah en Zijn Zegeningen. Vrede zij met ons en met de rechtschapen dienaren van Allah. Ik getuig dat er geen god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is.) “التَّحِيّـاتُ للهِ وَالصَّلَـواتُ والطَّيِّـبات، السَّلامُ عَلَيـكَ أَيُّهـا النَّبِـيُّ وَرَحْمَـةُ اللهِ وَبَرَكـاتُه، السَّلامُ عَلَيْـنا وَعَلـى عِبـادِ الله الصَّـالِحـين. أَشْـهَدُ أَنْ لا إِلـهَ إِلاّ الله، وَأَشْـهَدُ أَنَّ مُحَمّـداً عَبْـدُهُ وَرَسـولُه”Ook heeft de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) gezegd: “Als iemand onder jullie zit, laat hem dan (het volgende) zeggen: ‘At-tahiyaatu lillaahi, wa-ssalaawatu, wa-ttayyibaatu’ (Alle vereringen, gebeden en reine woorden komen Allah toe).” (Al-Bukhaarie en Muslim)
-
Het zitten tijdens de eerste tashahhud.
- Takbier: het zeggen van ‘Allaahu Akbar’ (Allah is Groot).
- Takbieratu-l-ihraam: wanneer men ‘Allaahu Akbar’ zegt bij het beginnen van het gebed. Dit (‘takbieratu-l-ihraam’) is een zuil van het gebed.
